Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-25
ECLI:NL:RBDHA:2024:17868
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,168 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.26285
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. F.W. Verweij)
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor het verblijfsdoel ‘familie en gezin’.
Op 24 juni 2024 heeft verweerder alsnog een besluit genomen op de aanvraag.
Eiseres wil nu nog dat de rechtbank verweerder veroordeelt in de proceskosten. Verweerder heeft niet op dit verzoek gereageerd.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan iemand daartegen in beroep gaan. Dat is wat eiseres heeft gedaan.
3. Het beroep van eiseres is kennelijk niet-ontvankelijk. Eiseres wilde met haar beroep namelijk bereiken dat verweerder zou beslissen op haar aanvraag. Omdat verweerder dit inmiddels heeft gedaan, heeft eiseres geen belang meer bij een oordeel van de rechtbank over haar beroep.
4. Tenzij geheel aan het beroep tegemoetgekomen wordt, heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking op het alsnog genomen besluit (artikel 6:20, derde lid, van de Awb). Omdat verweerder bij het besluit op de aanvraag van eiseres heeft beslist en eiseres geen gronden tegen dit besluit heeft aangevoerd, gaat de rechtbank ervan
1. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
uit dat geheel aan het beroep van eiseres is tegemoetgekomen. Dit betekent dat het beroep geen betrekking heeft op het alsnog genomen besluit.
Proceskostenveroordeling
5. Over de vergoeding van de proceskosten die eiseres vraagt overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de andere partij laten betalen.2 Eiseres heeft tegen het niet tijdig nemen van een besluit terecht beroep ingesteld. Het besluit van 24 juni 2024 is namelijk te laat genomen. Verweerder heeft ook niet gereageerd op het verzoek van eiseres. De rechtbank leidt hier uit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van eiseres te betalen. De rechtbank bepaalt daarom dat verweerder de proceskosten van eiseres moet vergoeden.
6. De rechtbank stelt de proceskosten van eiseres die verweerder moet betalen vast op
€ 437,50. De rechtbank hanteert een wegingsfactor 0,5 omdat deze zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 0,5). Ook moet verweerder het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 187,- vergoedt;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van M.M. Mulder, griffier.
2 Artikel 8:75, eerste lid, van de Awb, artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
25 oktober 2024
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.