Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-02-08
ECLI:NL:RBDHA:2024:1781
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
589 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.34091
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker]
, V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. M.C.W. van der Zanden),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).
Procesverloop
Bij besluit van 26 oktober 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om hem uitstel van vertrek te verlenen op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet (Vw) afgewezen. Daarnaast is aan eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd en kan eiser worden uitgezet.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Daarnaast heeft eiser de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De rechtbank heeft het verzoek, tezamen met het beroep met zaaknummer NL23.34089, op 1 februari 2024 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en mr. Kolev, voormalig gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De heer Z. Karem is als tolk verschenen.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft uitspraak gedaan op het beroep. Het treffen van een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M.A.F.C. Lienaerts, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
08 februari 2024
Documentcode: [documentcode]