Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-29
ECLI:NL:RBDHA:2024:17789
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
556 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.26844
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster]
, V-nummer: [V nummer] , verzoekster (gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),
en
de Minister van Asiel en Migratie1, (gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovács ).
Procesverloop
Bij besluit van 25 juni 2025 heeft de minister de overdrachtstermijn verlengd vanwege onderduiken overeenkomstig artikel 29 lid 2 van de Dublinverordening (Dv).
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.26843, op 22 oktober 2024 op zitting behandeld. Verzoekster is, met kennnisgeving, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.26843, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
1. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.W.M. van de Wijdeven, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
29 oktober 2024
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.