Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-09-16
ECLI:NL:RBDHA:2024:17695
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
815 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.34285
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres]
, V-nummer: [V nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. L.J. Blijdorp),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. L.S. Hartog).
Inleiding
Op 28 augustus 2024 heeft de minister eiseres in vreemdelingenbewaring (bewaring) gesteld, op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
De rechtbank heeft een dossier aangemaakt voor de zaak van eiseres en heeft eiseres uitgenodigd voor een zitting.
De rechtbank heeft de zaak van eiseres op 9 september 2024 om 10.20 uur op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiseres was niet aanwezig, omdat zij op 9 september 2024 zal worden uitgezet naar Polen om 11.40 uur. De gemachtigde van eiseres heeft schriftelijk gronden ingediend en heeft zich afgemeld voor de zitting.
Beoordeling
1. Eiseres stelt dat zij de Belarussische nationaliteit heeft en dat zij is geboren op [geboortedatum] 2005.
2. De rechtbank beantwoordt eerst de vraag of zij bevoegd is om over de zaak van eiseres te oordelen.
3. De gemachtigde van de minister heeft ter zitting opgemerkt dat er in de zaak van eiseres geen beroepschrift is geüpload en heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is.
4. De rechtbank volgt de minister hierin. Eiseres is samen met haar moeder en minderjarige zusje in bewaring gesteld, maar aan haar is een afzonderlijke maatregel van bewaring opgelegd. De gemachtigde heeft beroep ingesteld tegen de maatregel van
bewaring die is opgelegd aan de moeder en het minderjarige zusje van eiseres. Dat beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL24.34020. Uit het beroepschrift blijkt niet dat de gemachtigde ook beroep wilde instellen tegen de maatregel van bewaring die is opgelegd aan eiseres. De rechtbank heeft ook geen contact opgenomen met de gemachtigde om dit na te vragen. Wel heeft de rechtbank abusievelijk een dossier aangemaakt voor eiseres en haar ten onrechte uitgenodigd voor de zitting.
5. Het voorgaande betekent dat de rechtbank niet bevoegd is om kennis te nemen van de zaak van eiseres.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
16 september 2024
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.