Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-18
ECLI:NL:RBDHA:2024:17470
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
691 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.34852
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
(gemachtigde: mr. J.R. Vreijsen).
Procesverloop
Bij besluit van 5 september 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 18 oktober 2024 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.
2. Bij brief van 2 oktober 2024 heeft verweerder meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft op 4 oktober 2024 de gemachtigde van eiser verzocht kenbaar te maken of zij nog (recent) contact heeft gehad met eiser en of zij op de hoogte is van zijn verblijfplaats. Bij bericht van 16 oktober 2024 heeft de gemachtigde van eiser meegedeeld dat zij geen (recent) contact meer heeft met eiser en dat zij niet weet waar eiser zich bevindt.
3. Gelet op deze reactie van de gemachtigde van eiser neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft dan ook geen belang meer bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 oktober 2024 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en het proces-verbaal daarvan is openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.