Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-17
ECLI:NL:RBDHA:2024:17089
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
649 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.28606
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[opposant], opposant
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. Ö. Saraç).
Inleiding
In de uitspraak van 3 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:16217, heeft deze rechtbank en zittingsplaats met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak gedaan op het beroep van opposant tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag.
Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.
In het besluit van 9 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een besluit genomen op de asielaanvraag van opposant.
Opposant heeft het verzet ingetrokken en gelijktijdig verzocht om een veroordeling van de minister in de door hem gemaakte proceskosten.
Beoordeling
1. In artikel 8:75a van de Awb staat dat een verzoek om vergoeding van de proceskosten, dat gelijktijdig met de intrekking van een beroep is gedaan, kan worden toegewezen als het bestuursorgaan aan de indiener is tegemoetgekomen. Dit artikel is ook van toepassing in verzet.
2. Een verzetschrift wordt ingediend omdat de indiener meent dat de rechtbank ten onrechte uitspraak heeft gedaan met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. Als een verzet terecht is, wordt die uitspraak van de rechtbank vervallen verklaard.
3. Opposant heeft het verzet ingetrokken met gelijktijdig verzoek om een vergoeding van zijn proceskosten omdat verweerder inmiddels een beslissing heeft genomen op zijn asielaanvraag. Daarmee is niet langer sprake van het niet tijdig nemen van een besluit, waar het beroep oorspronkelijk over ging. Met de beslissing van verweerder is echter niet tegemoetgekomen aan het verzetschrift. Dat had immers betrekking op de uitspraak van de rechtbank. Voor een proceskostenvergoeding bestaat dan ook geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan op 17 oktober 2024 door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.