Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-18
ECLI:NL:RBDHA:2024:16949
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
555 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.28026
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoekster] , verzoekster,
V-nummer: [V-nummer 1] ,
mede namens haar minderjarige kind,
[naam kind]
,
V-nummer: [V-nummer 2]
(gemachtigde: mr. J. Oosterhof)
en
de minister van Asiel en Migratie
(gemachtigde: mr. S.J. de Vries).
Procesverloop
Bij besluit van 8 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL24.28025, op
29 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister. Ook was er een tolk aanwezig.
Overwegingen
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.28025, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.M.J.C. ten Hoopen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.