Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-02-08
ECLI:NL:RBDHA:2024:1674
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
747 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.36881
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. D. de Heuvel),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. L. Hartog).
Procesverloop
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 2 februari 2024 op zitting behandeld. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met een voorafgaand bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiseres procesbelang heeft bij zijn beroep.
2. Bij brief van 8 december 2023 heeft verweerder de rechtbank meegedeeld dat eiseres op 29 november 2023 met onbekende bestemming is vertrokken. Daarbij heeft verweerder een schermafdruk overgelegd van zijn systeem. Bij bericht van 8 december 2023 heeft de rechtbank de gemachtigde van eiseres gevraagd of zij weet waar eiseres verblijft, wanneer zij voor het laatst contact heeft gehad met eiseres en op welke wijze dat is gebeurd. De gemachtigde van eiseres heeft hier niet op gereageerd. Bij bericht van 31 januari 2024 heeft de gemachtigde van eiseres laten weten dat haar client en zij niet ter zitting zullen verschijnen.
3. Uit het voorgaande moet worden afgeleid dat eiseres kennelijk geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland nu hij met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. Eiseres heeft daarom geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het door haar ingestelde beroep tegen het bestreden besluit.
4. Het beroep is niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2024 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en geanonimiseerd gepubliceerd op
www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Zie onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579