Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-09
ECLI:NL:RBDHA:2024:16349
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
571 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.34803
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , [v-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis),
en
de Minister van Asiel en Migratie
,
(gemachtigde: mr. S. Bozkurt).
Procesverloop
Bij besluit van 2 september 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (NL24.34802). Tevens heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.34802, op 26 september 2024 op zitting behandeld. De gemachtigde van verzoeker is verschenen. De minister heeft zich eveneens laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
Overwegingen
Verzoeker stelt van [Nigeriaanse] nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [5 mei 1994]
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.34802, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.S. Derks, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.