Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-10-02
ECLI:NL:RBDHA:2024:16237
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
859 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.27205, NL24.27206, NL24.27208 en NL24.27209
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1], V-nummer: [V-nummer 1], eiser I
[eiser 2]
, V-nummer: [V-nummer 2], eiser II
[eiseres 1]
, V-nummer: [V-nummer 3], eiseres I
[eiseres 2]
, V-nummer [V-nummer 4], eiseres II
(gemachtigde: mr. O. Sarac),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Eisers hebben op 4 juli 2024 afzonderlijk beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op hun asielaanvragen van 17 maart 2023.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. De rechtbank merkt de beroepen van eisers aan als samenhangende zaken, omdat
zij tot dezelfde familie behoren, gelijktijdig hun asielaanvragen hebben ingediend en nagenoeg gelijktijdig beroep in hebben gesteld.
2. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing
van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit
met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het
beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een
besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling
door het bestuursorgaan is ontvangen.
3. Eisers hebben op 17 maart 2023 asielaanvragen ingediend. De wettelijke
Dictum
4. Eisers hebben op 17 juni 2024 afzonderlijke ingebrekestellingen verzonden. Deze
zijn door verweerder ontvangen op 17 juni 2024. Op het moment van het ontvangen van de ingebrekestellingen was de beslistermijn nog niet verstreken, waardoor de ingebrekestellingen te vroeg zijn ingediend. De beroepen van eisers tegen het uitblijven van een besluit op hun asielaanvraag zijn daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 2 oktober 2024 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Algemene wet bestuursrecht.
Besluit van 26 januari 2023, nummer WBV 2023/3, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2023 nr. 3235.
Zie bijvoorbeeld: ECLI:NL:RBDHA:2024:5735 en ECLI:NL:RBDHA:2024:5737.
Vreemdelingenwet 2000.