Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-09-26
ECLI:NL:RBDHA:2024:15372
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
1,656 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.16896-II
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. B.G. Smouter),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Verzoeker heeft op 13 augustus 2023 een asielaanvraag gedaan en stelt zich in deze procedure onder meer op het standpunt minderjarig te zijn en dus ten onrechte als meerderjarig te zijn geregistreerd door verweerder.
In het dossier is (uitsluitend) een faxbericht van 21 februari 2024 van verzoeker geplaatst met als inhoud een verzoek om de registratie van zijn leeftijd aan te passen op grond van onder meer het overgelegde individuele uittreksel van de burgerlijke stand. Uit dit faxbericht is voor de voorzieningenrechter niet op te maken aan wie deze fax is verzonden.
Bij brief van 21 maart 2024 heeft verweerder aan verzoeker medegedeeld dat het overgelegde individuele uittreksel van de burgerlijke stand is onderzocht door Bureau Documenten en in de asielprocedure wordt meegenomen als indicatief argument.
Verzoeker heeft op 17 april 2024 beroep ingesteld tegen de weigering om de voor hem geregistreerde geboortedatum aan te passen en heeft de voorzieningenrechter verzocht met spoed een voorlopige voorziening te treffen, omdat voor hem overplaatsing naar een opvang voor meerderjarigen dreigde.
Op 7 mei 2024 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank en zittingsplaats in de procedure van verzoeker tegen het COa een ordemaatregel getroffen (NL24.16896, niet gepubliceerd, voortgezet onder zaaknummers AWB 24/8072, beroep en AWB 24/8073 voorziening).
Op 16 september 2023 heeft verzoeker aanvullende gronden ingediend en aangegeven belang te hebben bij een nieuwe voorziening gelet op de aanhangige asielprocedure.
Verweerder heeft op 24 september 2024 gereageerd op dit verzoek.
Op 25 september 2024 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank en zittingsplaats in de procedure van verzoeker tegen het COa in aanvulling op de ordemaatregel een voorlopige voorziening getroffen (AWB 24/8073, niet gepubliceerd).
Verzoeker heeft op 26 september 2024 middels een bericht in het dossier en op grond van nadere telefonische toelichting aangegeven dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet alleen is gedaan in de procedure tegen het COa, maar ook in de procedure waarin hij verweerder heeft verzocht om de registratie van zijn geboortedatum aan te passen.
Overwegingen
1. Verzoeker stelt zich op het standpunt dat de brief van verweerder van 21 maart 2024, waarin verweerder verzoeker mededeelt dat het overgelegde individuele uittreksel van de burgerlijke stand is onderzocht door Bureau Documenten en in de asielprocedure wordt meegenomen als indicatief document, moet worden beschouwd als een besluit waartegen rechtsmiddelen open staan. Verweerder heeft zich niet op het standpunt gesteld dat dit een onjuiste opvatting is, zodat de voorzieningenrechter hier vooralsnog vanuit zal gaan en het verzoek inhoudelijk zal beoordelen. Verweerder heeft zich op het standpunt dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft omdat hij ingevolge de ordemaatregel reeds in een opvangvoorziening voor minderjarige vreemdelingen is geplaatst. Verweerder heeft verder aangegeven dat alle argumenten over de leeftijdsregistratie aan de orde kunnen komen in de asielprocedure.
2. Anders dan verweerder, overweegt de voorzieningenrechter dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening in de procedure over de leeftijdsregistratie en leeftijdsvaststelling. Op dit moment is immers een asielprocedure aanhangig. Als verzoeker minderjarig is, brengt dit ook verplichtingen mee voor verweerder gedurende de procedure. Het standpunt van verweerder dat alle inhoudelijke argumenten over de leeftijdsregistratie tegen de uiteindelijke beslissing op de asielaanvraag naar voren kunnen worden gebracht is dus geen effectief rechtsmiddel voor verzoeker om te bewerkstellingen dat die procedurele waarborgen die in acht moeten worden genomen als de vreemdeling minderjarig is worden verschaft.
Procesverloop
4. Een van de vragen waarover partijen verdeeld zijn, is de vraag of verzoeker minderjarig of meerderjarig is. Verzoeker heeft in dit kader terecht gewezen op zijn echt bevonden individueel uittreksel uit het bevolkingsregister en de bewijswaarde van dit identiteitsdocument gelet op het toetsingskader en gelet op recente jurisprudentie. Het volstaat, gelet op het belang van bovenstaande procedurele waarborgen voor minderjarige vreemdelingen, niet om dit pas bij de beoordeling van de asielaanvraag te beslissen.
De voorzieningenrechter overweegt dat het beroep een meer dan redelijke kans van slagen heeft en dat de rechtbank in haar uitspraak zal beoordelen hoe deze vraag moet worden beantwoord. Gedurende deze procedure zal verweerder verzoeker evenwel als minderjarige moeten aanmerken en daarbij alle procedurele waarborgen moeten bieden. De voorzieningenrechter wijst in dit verband op de uitspraken van deze rechtbank en voorzieningenrechter/rechtbank van 16 februari 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:1821), 21 februari 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:1951), 11 april 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:4983), 23 mei 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:7412) en 25 juni 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:9885).
5. De voorzieningenrechter wijst de voorlopige voorziening toe en dat betekent dat verweerder verzoeker als minderjarige moet aanmerken gedurende deze procedure.
6. De voorzieningenrechter houdt alle andere beslissingen aan. Dit betekent dat ook de beslissing of een aanvullende proceskostenveroordeling moet worden uitgesproken wordt aangehouden.
Dictum
De rechtbank:
wijst de voorlopige voorziening toe en bepaalt dat verweerder verzoeker als minderjarige moet aanmerken totdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. van Lokven, rechter, in aanwezigheid van mr.M.B.J. Schreijen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 26 september 2024
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.