Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-09-04
ECLI:NL:RBDHA:2024:15080
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
613 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.10519
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. R.E. Temmen),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister
(gemachtigde: mr. M.K. Ruijzendaal).
Procesverloop
Met het besluit van 8 juli 2022 (het primaire besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker om uitstel van vertrek vanwege medische redenen¹ afgewezen.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. De minister heeft het bezwaar met het besluit van 6 maart 2024 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met het beroep (met kenmerk: 24.10517) op 9 juli 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser en zijn gemachtigde deelgenomen, evenals de gemachtigde van de minister. Ook was tolk I. Totashvili aanwezig en verpleegkundige [verpleegkundige] .
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.10517, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
1. Artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (de Vw).
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
04 september 2024
Documentcode: [documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.