Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-09-16
ECLI:NL:RBDHA:2024:14913
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,161 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.35625
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. F.W. Verweij),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
De minister heeft op 31 juli 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 16 september 2024 gesloten.
Overwegingen
1. Eiser stelt de Congolese nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [datum] 1989.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, op 14 augustus 2024.
4. Eiser voert aan dat er geen redelijk zicht is op uitzetting naar de Democratische Republiek Congo (hierna: Congo). Er is nog niet gereageerd op de LP-aanvraag en er is nog geen nieuwe presentatie gepland. Verder meent eiser dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan het vertrek van eiser. Er zijn sinds de geannuleerde presentatie geen nieuwe uitzettingshandelingen verricht, behalve het voeren van twee verrekgesprekken. De enkele mededeling van DIA dat de zaak in onderzoek is, doet niet af aan het feit dat verweerder niet alles doet wat in zijn vermogen ligt om de uitzetting te realiseren.
De rechtbank oordeelt als volgt.
5. Er is geen aanleiding voor het oordeel dat er geen redelijk zicht is op uitzetting naar Congo. Uit het voortgangsrapport volgt dat de autoriteiten van Congo hebben meegewerkt aan het plannen van een presentatie op 19 juli 2024. Hieruit blijkt niet dat zij bij voorbaat al zullen weigeren een LP aan eiser te verstrekken. Bovendien blijkt uit de weigering om te verschijnen bij de presentatie en de verslagen van de vertrekgesprekken van 6 augustus 2024 en 4 september 2024 dat eiser geen enkele inspanning verricht om het proces te versnellen. De langere duur van de maatregel van bewaring komt daarom voor zijn risico.
6. Verweerder werkt ook voldoende voortvarend aan het vertrek van eiser. Zo blijkt uit het voortgangsrapport dat regelmatig wordt gerappelleerd (het laatste rappel dateert van 22 augustus 2024) en dat er regelmatig vertrekgesprekken worden gevoerd met eiser. De rechtbank deelt de stelling van eiser dat er geen uitzettingshandelingen zijn verricht dan ook niet. Verweerder is bovendien voor de uitzetting mede afhankelijk van de medewerking van eiser en de autoriteiten van Congo.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 16 september 2024 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitspraak van 19 augustus 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:13269.
Laissez-passer.