Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-08-07
ECLI:NL:RBDHA:2024:14742
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
577 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/4668
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 augustus 2024 in de zaak tussen
[eiser] , zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland, eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van Katwijk, het college
(gemachtigde: R.G.W. Paulissen).
Inleiding
De rechtbank beoordeelt het beroep dat eiser op 30 mei 2024 heeft ingesteld tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 29 mei 2024.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
1. De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft op 29 mei 2024 uitspraak gedaan op het verzoek van eiser om een voorlopige voorziening. Dat verzoek is niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van connexiteit met een lopende bodemprocedure. 2. Tegen die uitspraak heeft eiser beroep ingesteld. Tegen een uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening staat echter geen rechtsmiddel open.3. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.R. van der Meer, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Goederee, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
ECLI:NL:RBDHA:2024:8262
zie voetnoot 1