Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-09-05
ECLI:NL:RBDHA:2024:14453
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
712 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.28548
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. F. Ben-Saddek),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. N. Hamzaoui).
Procesverloop
Bij besluit van 9 juli 2024 (het bestreden besluit) verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak NL24.28549, op 5 september 2024 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met vooraf bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. Naar het oordeel van de rechtbank is er sprake van een opvolgende asielaanvraag. Deze is op grond van artikel 30b van de Vw kennelijk ongegrond verklaard. Eiser voert aan dat ten onrechte niet ambtshalve is getoetst aan artikel 64 van de Vw. Dit is bij een opvolgende aanvraag echter niet vereist. Het feit dat de medische klachten wel zijn onderzocht door Medifirst om te beoordelen of hij kan worden gehoord maakt niet dat eiser moet worden onderworpen aan een onderzoek door BMA of hij in aanmerking komt voor uitstel van vertrek in het kader van artikel 64, onder a, van de Vw. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat niet aan de Procedurerichtlijn is voldaan. Uit het dossier kan niet worden afgeleid dat de rechten van eiser zijn geschonden of dat nader onderzoek had moeten worden gedaan.
2. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 september 2024 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Vreemdelingenwet 2000.
Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (herschikking).