Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-08-06
ECLI:NL:RBDHA:2024:14132
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
8,427 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.23451
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. A.M. van Eik),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. P.W.M. Jans).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
2. Eiser stelt van Guinee-Bissause nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2000. Hij heeft op 12 februari 2019 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 5 juni 2024 afgewezen als kennelijk ongegrond.
3. De rechtbank heeft het beroep op 17 juli 2024 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep (NL24.23452), op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, O. Diallo als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
4. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiser aan de hand van zijn beroepsgronden.
5. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
6. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij vreest voor de moslim- en Fula-gemeenschap in Gabu in Guinee-Bissau, vanwege zijn seksuele geaardheid. Eiser had vanwege zijn homoseksualiteit problemen met zijn vader. Eiser is daarom uit Guinee-Bissau gevlucht.
Het bestreden besluit
7. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Problemen vanwege homoseksualiteit.
De minister wijst de asielaanvraag af als kennelijk ongegrond,1 omdat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser niet geloofwaardig zijn. Omdat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt, heeft de minister het tweede relevante element niet inhoudelijk beoordeeld. De minister heeft eiser met het bestreden besluit ook een terugkeerbesluit zonder vertrekdatum en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Geloofwaardigheid identiteit, nationaliteit en herkomst
8. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister zijn identiteit, nationaliteit en herkomst ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Eiser voert – kort samengevat – aan dat de minister de verklaringen die hij tijdens de Dublingehoren heeft afgelegd, en die verschillen van zijn verklaringen tijdens het nader gehoor, niet mag meenemen in de beoordeling, omdat tijdens dublingehoren geen rekening is gehouden met zijn medische situatie. Eiser stelt verder dat de minister in het bestreden besluit een aantal tegenwerpingen over zijn herkomst heeft laten vallen en hem gelet daarop ten onrechte niet het voordeel van de twijfel heeft gegund. Daarnaast mag de minister de registratie in Italië niet aan eiser tegenwerpen, omdat iemand anders hem heeft geregistreerd en hij die registratie niet kon veranderen. Verder stelt eiser dat de minister ten onrechte heeft nagelaten te motiveren waarom er geen taalanalyse is aangeboden.
9. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet ten onrechte van mening is dat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt. De minister heeft daarbij kunnen wijzen op de tegenstrijdige verklaringen van eiser over zijn levensverhaal in het nader gehoor en de Dublingehoren uit 2019-2021. Eiser heeft bijvoorbeeld wisselend verklaard over of hij wel of niet is geadopteerd. Zo heeft eiser verklaard dat hij is geadopteerd en op tweejarige leeftijd door zijn adoptiemoeder is meegenomen naar Senegal2, maar ook dat hij niet is geadopteerd en niet in Senegal heeft gewoond.3 De minister heeft aan de taal en etniciteit van eiser geen doorslaggevende betekenis hoeven toekennen, omdat Fula ook in buurlanden zoals Senegal en Guinee wonen en Pular ook in die landen wordt gesproken. Dat eiser in Italië met andere gegevens staat geregistreerd en dat hij geen documenten heeft overgelegd en wisselend heeft verklaard over wat er met zijn geboorteakte is gebeurd, heeft de minister ook aan eiser mogen tegenwerpen.
9.1.
Het standpunt van eiser dat de minister de verschillen tussen het nader gehoor en de dublingehoren, gelet op zijn medische situatie, niet mocht meenemen in de beoordeling, volgt de rechtbank niet. De medische informatie in het dossier wijst erop dat eiser in ten tijde van de dublingehoren mentale klachten had. Deze informatie onderbouwt echter niet dat eisers verklaringen in de dublingehoren door die klachten onbetrouwbaar zijn.
Eiser wijst ook op wat hij onder andere heeft meegemaakt bij zijn overtocht van Libië naar
1. Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c en e, Vw.
2 Pagina 4 en 5 van het dublingehoor van 19 februari 2019.
3 Pagina 12 van het nader gehoor van 21 mei 2024.
Italië. Ook in het licht van die verklaringen kan de rechtbank de medische informatie niet zo duiden dat eiser niet betrouwbaar, over bijvoorbeeld wie zijn ouders zijn, heeft kunnen verklaren. De verslagen van de dublingehoren bevatten ook geen aanwijzingen dat eiser niet juist heeft kunnen verklaren. Bij de zienswijzen naar aanleiding van de twee voornemens in de dublinprocedures zijn correcties en aanvullingen gedaan op die verslagen, zo is onder andere aangevuld wat de naam is van de man van de adoptiemoeder. Daarnaast is bij de zienswijze op het Dublinvoornemen medische informatie overgelegd. De medische informatie is niet gebruikt om te onderbouwen dat eiser niet goed heeft kunnen verklaren en ook de correcties en aanvullingen bevatten geen aanwijzing dat eiser niet betrouwbaar heeft kunnen verklaren. Pas na eisers afwijkende verklaringen in het nader gehoor wordt gesteld dat de verklaringen in de dublingehoren onbetrouwbaar zijn. De rechtbank ziet dan ook geen aanknopingspunt om te oordelen dat de verklaringen van eiser in de dublingehoren onbetrouwbaar zijn en om deze verklaringen buiten beschouwing te laten.
9.2.
De rechtbank volgt eiser ook niet in zijn standpunt dat de minister hem ten onrechte niet het voordeel van de twijfel heeft gegund na het laten vallen van de tegenwerpingen over de herkomstvragen. In de Werkinstructie 2022/4 ‘Herkomstonderzoek in asielzaken’ staat over de HIS-check dat deze niet bewijst dat een vreemdeling een bepaalde nationaliteit bezit of afkomstig is uit een bepaald gebied of land. De HIS-check is een van de onderdelen van de geloofwaardigheidsbeoordeling. Gelet op de overige argumenten van de minister is toereikend gemotiveerd dat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt.
9.3.
De rechtbank overweegt verder dat de minister heeft mogen uitgaan van de registratie van eisers gegevens in Italië. Hetgeen eiser daartegen heeft aangevoerd geeft geen aanleiding om te oordelen dat de minister aan die registratie voorbij moet gaan. Uit het dossier blijken geen concrete en onderbouwde aanwijzingen dat eiser de geregistreerde gegevens niet zelf heeft verstrekt.
9.4.
Het standpunt van eiser dat de minister in het bestreden besluit heeft nagelaten te motiveren waarom er geen taalanalyse wordt aangeboden, volgt de rechtbank ook niet. De rechtbank oordeelt dat de minister dit niet heeft hoeven motiveren, omdat dit standpunt niet in de zienswijze is aangevoerd. Bovendien blijkt uit Werkinstructie 2022/4 dat een taalanalyse niet bepalend is voor het vaststellen van de nationaliteit van een vreemdeling.
Kennelijk ongegrond
10. Eiser stelt verder dat de minister ten onrechte zijn aanvraag als kennelijk ongegrond heeft afgewezen. Deze beroepsgrond slaagt niet. Voortvloeiend uit het oordeel dat de minister niet ten onrechte heeft geconcludeerd dat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt en omdat die conclusie mede is gebaseerd op tegenstrijdige verklaringen van eiser, kon de minister de aanvraag van eiser afwijzen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c en e, van de Vw.
Terugkeerbesluit
11. Eiser voert ook aan dat de minister hem ten onrechte een terugkeerbesluit heeft opgelegd en dat de minister bij het opleggen van het terugkeerbesluit het non-refoulement beginsel in acht had moeten nemen. De minister had ook in dat kader eisers problemen vanwege zijn homoseksualiteit moeten beoordelen.
11.1.
De rechtbank volgt eiser hierin niet.
Conclusie
13. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Omdat de minister eisers gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig mag vinden, hoeft de minister in het besluit over eisers asielaanvraag en het terugkeerbesluit niet te beoordelen of eisers gestelde problemen in Guinee-Bissau leiden tot vluchtelingrechtelijke vervolging of een reëel risico op ernstige schade bij vertrek naar dat land.
14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
4 ECLI:NL:RVS:2024:1970, overweging 5.1 en verder.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van N.J. Biswane, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
06 augustus 2024
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.23451
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. A.M. van Eik),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. P.W.M. Jans).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
2. Eiser stelt van Guinee-Bissause nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2000. Hij heeft op 12 februari 2019 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 5 juni 2024 afgewezen als kennelijk ongegrond.
3. De rechtbank heeft het beroep op 17 juli 2024 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep (NL24.23452), op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, O. Diallo als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
4. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiser aan de hand van zijn beroepsgronden.
5. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
6. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij vreest voor de moslim- en Fula-gemeenschap in Gabu in Guinee-Bissau, vanwege zijn seksuele geaardheid. Eiser had vanwege zijn homoseksualiteit problemen met zijn vader. Eiser is daarom uit Guinee-Bissau gevlucht.
Het bestreden besluit
7. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Problemen vanwege homoseksualiteit.
De minister wijst de asielaanvraag af als kennelijk ongegrond,1 omdat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser niet geloofwaardig zijn. Omdat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt, heeft de minister het tweede relevante element niet inhoudelijk beoordeeld. De minister heeft eiser met het bestreden besluit ook een terugkeerbesluit zonder vertrekdatum en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Geloofwaardigheid identiteit, nationaliteit en herkomst
8. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister zijn identiteit, nationaliteit en herkomst ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Eiser voert – kort samengevat – aan dat de minister de verklaringen die hij tijdens de Dublingehoren heeft afgelegd, en die verschillen van zijn verklaringen tijdens het nader gehoor, niet mag meenemen in de beoordeling, omdat tijdens dublingehoren geen rekening is gehouden met zijn medische situatie. Eiser stelt verder dat de minister in het bestreden besluit een aantal tegenwerpingen over zijn herkomst heeft laten vallen en hem gelet daarop ten onrechte niet het voordeel van de twijfel heeft gegund. Daarnaast mag de minister de registratie in Italië niet aan eiser tegenwerpen, omdat iemand anders hem heeft geregistreerd en hij die registratie niet kon veranderen. Verder stelt eiser dat de minister ten onrechte heeft nagelaten te motiveren waarom er geen taalanalyse is aangeboden.
9. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet ten onrechte van mening is dat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt. De minister heeft daarbij kunnen wijzen op de tegenstrijdige verklaringen van eiser over zijn levensverhaal in het nader gehoor en de Dublingehoren uit 2019-2021. Eiser heeft bijvoorbeeld wisselend verklaard over of hij wel of niet is geadopteerd. Zo heeft eiser verklaard dat hij is geadopteerd en op tweejarige leeftijd door zijn adoptiemoeder is meegenomen naar Senegal2, maar ook dat hij niet is geadopteerd en niet in Senegal heeft gewoond.3 De minister heeft aan de taal en etniciteit van eiser geen doorslaggevende betekenis hoeven toekennen, omdat Fula ook in buurlanden zoals Senegal en Guinee wonen en Pular ook in die landen wordt gesproken. Dat eiser in Italië met andere gegevens staat geregistreerd en dat hij geen documenten heeft overgelegd en wisselend heeft verklaard over wat er met zijn geboorteakte is gebeurd, heeft de minister ook aan eiser mogen tegenwerpen.
9.1.
Het standpunt van eiser dat de minister de verschillen tussen het nader gehoor en de dublingehoren, gelet op zijn medische situatie, niet mocht meenemen in de beoordeling, volgt de rechtbank niet. De medische informatie in het dossier wijst erop dat eiser in ten tijde van de dublingehoren mentale klachten had. Deze informatie onderbouwt echter niet dat eisers verklaringen in de dublingehoren door die klachten onbetrouwbaar zijn.
Eiser wijst ook op wat hij onder andere heeft meegemaakt bij zijn overtocht van Libië naar
1. Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c en e, Vw.
2 Pagina 4 en 5 van het dublingehoor van 19 februari 2019.
3 Pagina 12 van het nader gehoor van 21 mei 2024.
Italië. Ook in het licht van die verklaringen kan de rechtbank de medische informatie niet zo duiden dat eiser niet betrouwbaar, over bijvoorbeeld wie zijn ouders zijn, heeft kunnen verklaren. De verslagen van de dublingehoren bevatten ook geen aanwijzingen dat eiser niet juist heeft kunnen verklaren. Bij de zienswijzen naar aanleiding van de twee voornemens in de dublinprocedures zijn correcties en aanvullingen gedaan op die verslagen, zo is onder andere aangevuld wat de naam is van de man van de adoptiemoeder. Daarnaast is bij de zienswijze op het Dublinvoornemen medische informatie overgelegd. De medische informatie is niet gebruikt om te onderbouwen dat eiser niet goed heeft kunnen verklaren en ook de correcties en aanvullingen bevatten geen aanwijzing dat eiser niet betrouwbaar heeft kunnen verklaren. Pas na eisers afwijkende verklaringen in het nader gehoor wordt gesteld dat de verklaringen in de dublingehoren onbetrouwbaar zijn. De rechtbank ziet dan ook geen aanknopingspunt om te oordelen dat de verklaringen van eiser in de dublingehoren onbetrouwbaar zijn en om deze verklaringen buiten beschouwing te laten.
9.2.
De rechtbank volgt eiser ook niet in zijn standpunt dat de minister hem ten onrechte niet het voordeel van de twijfel heeft gegund na het laten vallen van de tegenwerpingen over de herkomstvragen. In de Werkinstructie 2022/4 ‘Herkomstonderzoek in asielzaken’ staat over de HIS-check dat deze niet bewijst dat een vreemdeling een bepaalde nationaliteit bezit of afkomstig is uit een bepaald gebied of land. De HIS-check is een van de onderdelen van de geloofwaardigheidsbeoordeling. Gelet op de overige argumenten van de minister is toereikend gemotiveerd dat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt.
9.3.
De rechtbank overweegt verder dat de minister heeft mogen uitgaan van de registratie van eisers gegevens in Italië. Hetgeen eiser daartegen heeft aangevoerd geeft geen aanleiding om te oordelen dat de minister aan die registratie voorbij moet gaan. Uit het dossier blijken geen concrete en onderbouwde aanwijzingen dat eiser de geregistreerde gegevens niet zelf heeft verstrekt.
9.4.
Het standpunt van eiser dat de minister in het bestreden besluit heeft nagelaten te motiveren waarom er geen taalanalyse wordt aangeboden, volgt de rechtbank ook niet. De rechtbank oordeelt dat de minister dit niet heeft hoeven motiveren, omdat dit standpunt niet in de zienswijze is aangevoerd. Bovendien blijkt uit Werkinstructie 2022/4 dat een taalanalyse niet bepalend is voor het vaststellen van de nationaliteit van een vreemdeling.
Kennelijk ongegrond
10. Eiser stelt verder dat de minister ten onrechte zijn aanvraag als kennelijk ongegrond heeft afgewezen. Deze beroepsgrond slaagt niet. Voortvloeiend uit het oordeel dat de minister niet ten onrechte heeft geconcludeerd dat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt en omdat die conclusie mede is gebaseerd op tegenstrijdige verklaringen van eiser, kon de minister de aanvraag van eiser afwijzen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c en e, van de Vw.
Terugkeerbesluit
11. Eiser voert ook aan dat de minister hem ten onrechte een terugkeerbesluit heeft opgelegd en dat de minister bij het opleggen van het terugkeerbesluit het non-refoulement beginsel in acht had moeten nemen. De minister had ook in dat kader eisers problemen vanwege zijn homoseksualiteit moeten beoordelen.
11.1.
De rechtbank volgt eiser hierin niet.
Conclusie
13. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Omdat de minister eisers gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig mag vinden, hoeft de minister in het besluit over eisers asielaanvraag en het terugkeerbesluit niet te beoordelen of eisers gestelde problemen in Guinee-Bissau leiden tot vluchtelingrechtelijke vervolging of een reëel risico op ernstige schade bij vertrek naar dat land.
14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
4 ECLI:NL:RVS:2024:1970, overweging 5.1 en verder.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van N.J. Biswane, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
06 augustus 2024
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.23451
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. A.M. van Eik),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. P.W.M. Jans).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
2. Eiser stelt van Guinee-Bissause nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2000. Hij heeft op 12 februari 2019 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 5 juni 2024 afgewezen als kennelijk ongegrond.
3. De rechtbank heeft het beroep op 17 juli 2024 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep (NL24.23452), op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, O. Diallo als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
4. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiser aan de hand van zijn beroepsgronden.
5. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
6. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij vreest voor de moslim- en Fula-gemeenschap in Gabu in Guinee-Bissau, vanwege zijn seksuele geaardheid. Eiser had vanwege zijn homoseksualiteit problemen met zijn vader. Eiser is daarom uit Guinee-Bissau gevlucht.
Het bestreden besluit
7. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Problemen vanwege homoseksualiteit.
De minister wijst de asielaanvraag af als kennelijk ongegrond,1 omdat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser niet geloofwaardig zijn. Omdat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt, heeft de minister het tweede relevante element niet inhoudelijk beoordeeld. De minister heeft eiser met het bestreden besluit ook een terugkeerbesluit zonder vertrekdatum en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Geloofwaardigheid identiteit, nationaliteit en herkomst
8. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister zijn identiteit, nationaliteit en herkomst ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Eiser voert – kort samengevat – aan dat de minister de verklaringen die hij tijdens de Dublingehoren heeft afgelegd, en die verschillen van zijn verklaringen tijdens het nader gehoor, niet mag meenemen in de beoordeling, omdat tijdens dublingehoren geen rekening is gehouden met zijn medische situatie. Eiser stelt verder dat de minister in het bestreden besluit een aantal tegenwerpingen over zijn herkomst heeft laten vallen en hem gelet daarop ten onrechte niet het voordeel van de twijfel heeft gegund. Daarnaast mag de minister de registratie in Italië niet aan eiser tegenwerpen, omdat iemand anders hem heeft geregistreerd en hij die registratie niet kon veranderen. Verder stelt eiser dat de minister ten onrechte heeft nagelaten te motiveren waarom er geen taalanalyse is aangeboden.
9. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet ten onrechte van mening is dat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt. De minister heeft daarbij kunnen wijzen op de tegenstrijdige verklaringen van eiser over zijn levensverhaal in het nader gehoor en de Dublingehoren uit 2019-2021. Eiser heeft bijvoorbeeld wisselend verklaard over of hij wel of niet is geadopteerd. Zo heeft eiser verklaard dat hij is geadopteerd en op tweejarige leeftijd door zijn adoptiemoeder is meegenomen naar Senegal2, maar ook dat hij niet is geadopteerd en niet in Senegal heeft gewoond.3 De minister heeft aan de taal en etniciteit van eiser geen doorslaggevende betekenis hoeven toekennen, omdat Fula ook in buurlanden zoals Senegal en Guinee wonen en Pular ook in die landen wordt gesproken. Dat eiser in Italië met andere gegevens staat geregistreerd en dat hij geen documenten heeft overgelegd en wisselend heeft verklaard over wat er met zijn geboorteakte is gebeurd, heeft de minister ook aan eiser mogen tegenwerpen.
9.1.
Het standpunt van eiser dat de minister de verschillen tussen het nader gehoor en de dublingehoren, gelet op zijn medische situatie, niet mocht meenemen in de beoordeling, volgt de rechtbank niet. De medische informatie in het dossier wijst erop dat eiser in ten tijde van de dublingehoren mentale klachten had. Deze informatie onderbouwt echter niet dat eisers verklaringen in de dublingehoren door die klachten onbetrouwbaar zijn.
Eiser wijst ook op wat hij onder andere heeft meegemaakt bij zijn overtocht van Libië naar
1. Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c en e, Vw.
2 Pagina 4 en 5 van het dublingehoor van 19 februari 2019.
3 Pagina 12 van het nader gehoor van 21 mei 2024.
Italië. Ook in het licht van die verklaringen kan de rechtbank de medische informatie niet zo duiden dat eiser niet betrouwbaar, over bijvoorbeeld wie zijn ouders zijn, heeft kunnen verklaren. De verslagen van de dublingehoren bevatten ook geen aanwijzingen dat eiser niet juist heeft kunnen verklaren. Bij de zienswijzen naar aanleiding van de twee voornemens in de dublinprocedures zijn correcties en aanvullingen gedaan op die verslagen, zo is onder andere aangevuld wat de naam is van de man van de adoptiemoeder. Daarnaast is bij de zienswijze op het Dublinvoornemen medische informatie overgelegd. De medische informatie is niet gebruikt om te onderbouwen dat eiser niet goed heeft kunnen verklaren en ook de correcties en aanvullingen bevatten geen aanwijzing dat eiser niet betrouwbaar heeft kunnen verklaren. Pas na eisers afwijkende verklaringen in het nader gehoor wordt gesteld dat de verklaringen in de dublingehoren onbetrouwbaar zijn. De rechtbank ziet dan ook geen aanknopingspunt om te oordelen dat de verklaringen van eiser in de dublingehoren onbetrouwbaar zijn en om deze verklaringen buiten beschouwing te laten.
9.2.
De rechtbank volgt eiser ook niet in zijn standpunt dat de minister hem ten onrechte niet het voordeel van de twijfel heeft gegund na het laten vallen van de tegenwerpingen over de herkomstvragen. In de Werkinstructie 2022/4 ‘Herkomstonderzoek in asielzaken’ staat over de HIS-check dat deze niet bewijst dat een vreemdeling een bepaalde nationaliteit bezit of afkomstig is uit een bepaald gebied of land. De HIS-check is een van de onderdelen van de geloofwaardigheidsbeoordeling. Gelet op de overige argumenten van de minister is toereikend gemotiveerd dat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt.
9.3.
De rechtbank overweegt verder dat de minister heeft mogen uitgaan van de registratie van eisers gegevens in Italië. Hetgeen eiser daartegen heeft aangevoerd geeft geen aanleiding om te oordelen dat de minister aan die registratie voorbij moet gaan. Uit het dossier blijken geen concrete en onderbouwde aanwijzingen dat eiser de geregistreerde gegevens niet zelf heeft verstrekt.
9.4.
Het standpunt van eiser dat de minister in het bestreden besluit heeft nagelaten te motiveren waarom er geen taalanalyse wordt aangeboden, volgt de rechtbank ook niet. De rechtbank oordeelt dat de minister dit niet heeft hoeven motiveren, omdat dit standpunt niet in de zienswijze is aangevoerd. Bovendien blijkt uit Werkinstructie 2022/4 dat een taalanalyse niet bepalend is voor het vaststellen van de nationaliteit van een vreemdeling.
Kennelijk ongegrond
10. Eiser stelt verder dat de minister ten onrechte zijn aanvraag als kennelijk ongegrond heeft afgewezen. Deze beroepsgrond slaagt niet. Voortvloeiend uit het oordeel dat de minister niet ten onrechte heeft geconcludeerd dat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt en omdat die conclusie mede is gebaseerd op tegenstrijdige verklaringen van eiser, kon de minister de aanvraag van eiser afwijzen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c en e, van de Vw.
Terugkeerbesluit
11. Eiser voert ook aan dat de minister hem ten onrechte een terugkeerbesluit heeft opgelegd en dat de minister bij het opleggen van het terugkeerbesluit het non-refoulement beginsel in acht had moeten nemen. De minister had ook in dat kader eisers problemen vanwege zijn homoseksualiteit moeten beoordelen.
11.1.
De rechtbank volgt eiser hierin niet.
Conclusie
13. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Omdat de minister eisers gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig mag vinden, hoeft de minister in het besluit over eisers asielaanvraag en het terugkeerbesluit niet te beoordelen of eisers gestelde problemen in Guinee-Bissau leiden tot vluchtelingrechtelijke vervolging of een reëel risico op ernstige schade bij vertrek naar dat land.
14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
4 ECLI:NL:RVS:2024:1970, overweging 5.1 en verder.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van N.J. Biswane, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
06 augustus 2024
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.