Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-08-08
ECLI:NL:RBDHA:2024:14027
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
591 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.23599
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker], V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
en
de Minister van Asiel en Migratie1, (gemachtigde: mr. R.A. Mandersloot).
Procesverloop
Bij besluit van 3 juni 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.23598, op 31 juli 2024 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A.K. Umar. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Verzoeker stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1995.
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.23598, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
1. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
08 augustus 2024
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.