Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-08-30
ECLI:NL:RBDHA:2024:14002
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
578 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.25018 en NL24.25020
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoekster] en [verzoeker], V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2] , verzoekers
mede namens hun minderjarige zoon [minderjarige] (V-nummer [V-nummer 3] )
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. W. Epema).
Procesverloop
Bij besluiten van 12 juni 2024 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht maakt dat mogelijk. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL24.25017 en NL24.25019, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak, krijgen verzoekers wel de gemaakte proceskosten vergoed. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt in totaal € 875 voor beide samenhangende zaken (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875 en een wegingsfactor 1).
Dictum
De voorzieningenrechter:
- wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 875.
Deze uitspraak is gedaan op 30 augustus 2024 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.