Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-08-28
ECLI:NL:RBDHA:2024:13737
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
600 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.465
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. S.R. den Toonder),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister
(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).
Procesverloop
Bij besluit van 23 januari 2023 heeft de minister vastgesteld dat verzoeker geen rechtmatig verblijf heeft en is aan hem een terugkeerbesluit opgelegd (het primaire besluit).
Bij het bestreden besluit van 12 december 2023 heeft de minister het bezwaar van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL24.464.
Bij gewijzigd besluit van 30 januari 2024 heeft de minister het bestreden besluit ingetrokken en het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Op grond van de artikelen 6:19 en 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht hebben het beroep en het verzoek van rechtswege betrekking op het gewijzigde besluit.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek gelijktijdig met het beroep op 14 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, mr. M.A.M. Karsten waarnemend voor verzoekers gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister. Het onderzoek is ter zitting gesloten.
Overwegingen
Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoeker en dat beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.