Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-07-11
ECLI:NL:RBDHA:2024:13439
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
666 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.1363
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.J.A. Rinkes), en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. K. Kanters).
Procesverloop
Bij besluit van 8 januari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL24.1362, op 21 maart 2024 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen J.T. Mgbejume. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van 18 juni 2024, zaaknummer NL24.1362, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Per abuis is op die dag geen uitspraak gekomen op de voorlopige voorziening. Omdat uitspraak is gedaan in de beroepsprocedure, is niet langer sprake van connexiteit.1 Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Volledigheidshalve wijst de rechtbank erop dat dit niet anders zou zijn geweest wanneer tegelijk met de
1. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 8:83, derde lid, van de Awb.
uitspraak in beroep, uitspraak in deze voorlopige voorzieningsprocedure zou zijn gedaan nu het beroep ongegrond is verklaard.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet- ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
11 juli 2024
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.