Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-08-20
ECLI:NL:RBDHA:2024:13296
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening+bodemzaak
2,179 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.27381 (beroep) en NL24.27382 (voorlopige voorziening)
uitspraak van de enkelvoudige kamer en voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiseres/verzoekster], V-nummer: [V-nummer], eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)
(gemachtigde: mr. M.J.A. Rinkes),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. L. Beket).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag. Eiseres heeft op 23 juni 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 29 juni 2024 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Aan eiseres is verder een terugkeerbesluit en inreisverbod van twee jaar opgelegd.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 6 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, H.C. de Man als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2. Eiseres stelt van Senegalese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op 29 juli 1997.
2.1.
Eiseres is ongeveer zes maanden voor het aanmeldgehoor (dat vond plaats op 26 juni 2024) vanuit Senegal, via Turkije, vertrokken naar Indonesië. In Indonesië heeft zij zes maanden gewerkt en is op 23 juni 2024 Nederland ingereisd met hulp van de reisagent [naam 1].
Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Sinds het overlijden van haar ouders hebben haar oom [naam 2] en tante [naam 3] het gezag over eiseres. Zij mishandelden haar soms. Een maand voor haar vertrek uit Senegal wilden zij eiseres uithuwelijken aan een man genaamd [naam 4]. Voorwaarde voor het huwelijk was dat eiseres besneden zou worden. De oom van eiseres heeft haar ook bedreigd om ervoor te zorgen dat zij het huwelijk en de besnijdenis zou accepteren. Eiseres is daarop met hulp van een vriendin uit Dakar gevlucht. Zij bracht eiseres in contact met een reisagent genaamd [naam 1].
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen: 1) identiteit, nationaliteit en herkomst en 2) poging tot uithuwelijking door haar oom en vrouwenbesnijdenis.
5. Verweerder acht beide elementen geloofwaardig, maar vindt niet dat eiseres in aanmerking komt voor de gevraagde vergunning. Senegal wordt beschouwd als een veilig land van herkomst. Uit haar verklaringen blijkt niet dat Senegal voor haar persoonlijk niet als een veilig land van herkomst kan worden aangemerkt. Voor haar problemen kan zij bescherming inroepen van de autoriteiten. Dat heeft zij niet gedaan. Verweerder heeft vervolgens de asielaanvraag op grond van artikel 30b, lid 1, onder b en d, Vw als kennelijk ongegrond afgedaan.
Wat vindt eiseres?
6. Eiseres voert aan dat de zienswijze van 28 juni 2024 als herhaald en ingelast moet worden beschouwd. Eiseres voert aan dat het zinloos is om bescherming te vragen aan de autoriteiten. Dit blijkt uit de overgelegde landeninformatie. Zelfs met een aangifte wordt niets gedaan. De enkele stelling van verweerder dat besnijdenis verboden is, is daarom te weinig om te concluderen dat eiseres bescherming kan krijgen van de autoriteiten. Verder verwijst verweerder naar een uitspraak van de zittingsplaats Zwolle van 7 december 2021 die niet was gepubliceerd. Eiseres wijst zelf op de uitspraak met zaaknummer, AWB 16/15211, eveneens van de rechtbank Zwolle. Daarin nam verweerder nog het standpunt in dat besnijdenis in Senegal plaatsvindt om meisjes ‘rein’ te maken. Ten aanzien van het voortduren van de grensdetentie heeft eiseres op zitting aangegeven deze grond te laten vallen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
7. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat Senegal in zijn algemeenheid als veilig land van herkomst kan worden beschouwd. Wel in geschil is de vraag of Senegal voor eiseres en haar dochter als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt.
7.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet bij de Senegalese autoriteiten terecht kan voor bescherming. Daaraan heeft verweerder ten grondslag mogen leggen dat vrouwenbesnijdenis in Senegal in beginsel bij wet verboden is. Bovendien blijkt uit de stukken ook niet dat er in het geheel geen vervolging plaatsvindt. Dat uit de door eiseres aangehaalde landeninformatie blijkt dat er weinig vervolging plaatsvindt, betekent niet dat in het geval van eiseres geen bescherming zal worden geboden ingeval zij aangifte zou doen. In Senegal is ook het mogelijk om een beroep te doen op bescherming van verschillende non-gouvernementele organisaties. Daarnaast blijkt uit de overgelegde brief van Vluchtelingenwerk dat het voor vrouwen, ter voorkoming van besnijdenis van hun dochter, mogelijk is om bondgenootschappen te sluiten met vrouwenorganisaties, politie, religieuze leiders of districtsafgevaardigden. Niet wordt ingezien dat deze mogelijkheid ook niet voor eiseres als volwassen vrouw geldt. Verweerder heeft terecht tegengeworpen dat eiseres geen enkele poging heeft ondernomen om hulp in te schakelen.
7.2.
Ter zitting heeft verweerder verwezen naar de landeninformatie die eiseres bij haar zienswijze heeft aangedragen. Eiseres heeft ter zitting gesteld dat verweerder hiermee het bestreden besluit pas in beroep van een motivering dan wel van een aanvulling voorziet. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Verweerder heeft zowel bij het voornemen als bij het bestreden besluit uitdrukkelijk aangegeven dat de asielaanvraag is afgewezen omdat, kort gezegd, eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in Senegal geen bescherming kan krijgen en dat er ook NGO’s zijn waar eiseres bescherming zou kunnen krijgen. Weliswaar vult verweerder de motivering aan, maar naar het oordeel van de rechtbank is er geen sprake van dat verweerder daarmee een motiveringsgebrek herstelt.
8. De verwijzing naar verweerders standpunt in een eerdere zaak doet aan het voorgaande niet af. Verweerder ontkent namelijk niet dat besnijdenis in Senegal plaatsvindt of waarom dat gebeurt. Daarnaast staat het verweerder in zijn algemeenheid vrij om een ander standpunt dan voorheen in te nemen.
9. Verder kan de rechtbank uit het in algemene zin herhalen en inlassen van wat eiseres eerder naar voren heeft gebracht niet afleiden waarom eiseres van mening is dat het bestreden besluit onjuist is. Daarom ziet de rechtbank hierin geen aanleiding het bestreden besluit te vernietigen.
Conclusie
10. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Nu er op het beroep is beslist zal het verzoek om een voorlopige voorziening worden afgewezen vanwege een gebrek aan connexiteit.
11. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Garabitian, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.
Vreemdelingenwet 2000.