Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-08-09
ECLI:NL:RBDHA:2024:13078
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
630 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.26002
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.J. Bronsveld),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. L.S. Hartog).
Procesverloop
Bij besluit van 25 juni 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat de Bondsrepubliek Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 9 augustus 2024 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. Op grond van de registratie in Eurodac heeft verweerder terecht een terugnameverzoek gedaan bij Duitsland. Dit verzoek is ook binnen de wettelijke termijn gedaan en het claimverzoek is binnen de wettelijke termijn aanvaard. Eiser heeft niet onderbouwd welke beletselen er zijn tegen de overdracht aan Duitsland. In beginsel geldt het interstatelijk vertrouwensbeginsel. In het geval van eiser is niet onderbouwd met documenten dat daar van moet worden afgeweken. Ook zijn verklaringen geven hier geen aanleiding voor. Verweerder heeft niet ten onrechte geconcludeerd dat er geen aanleiding is voor de toepassing van artikel 17 van de Dublinverordening. In beroep is niet concreet onderbouwd waarom deze conclusie onjuist zou zijn.
2. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 augustus 2024 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier en geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Verordening (EU) 604/2013.