Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-08-16
ECLI:NL:RBDHA:2024:13064
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
498 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.21670
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [nummer], verzoeker
(gemachtigde: mr. W. Spijkstra),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
,
(gemachtigde: V.R. Bloemberg).
Inleiding
Bij besluit van 8 december 2023 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van eiser afgewezen om in aanmerking te komen voor verblijf in Nederland onder toepassing van de Richtlijn tijdelijke bescherming (2001/55 EG)
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De rechtbank heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.21669, op 19 juli 2024 op zitting behandeld. De gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van verweerder zijn verschenen.
Beoordeling
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.21669, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.J. van der Veen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.