Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-04-17
ECLI:NL:RBDHA:2024:12975
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,742 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.8435
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres]
, V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. E.J.M. van Ewijk),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres die zij op 24 augustus 2022 heeft ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 26 februari 2024 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. Ook heeft verweerder in dit besluit besloten om eiseres geen reguliere vergunning te verlenen als bedoeld in artikel 14. Eerste lid, aanhef en onder e, Vw, dat eiseres Nederland binnen vier weken dient te verlaten, naar Nigeria dient terug te keren en geen uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw te geven.
De rechtbank heeft het beroep op 9 april 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, A. Kostyuchenko als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
1. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres aan de hand van de beroepsgronden die zij heeft aangevoerd.
2. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
3. Eiseres stelt dat zij de Nigeriaanse nationaliteit heeft en geboren is op [geboortedatum] 1997. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres is opgegroeid in Nigeria en behoort tot de Yoruba. Zij heeft het volgende verklaard. Zij komt uit een traditionele familie en haar vader is een Egun/Eegun/Egungun (Egun)aanbidder. De familie van eiseres doet ook aan machtige voodoo praktijken. Zij werd mishandeld door haar vader en stiefmoeder en kwam om die reden vaak bij het huis van de buurman, die zij vertrouwde. De buurman heeft misbruik gemaakt van haar toestand en hij heeft haar verkracht. Als
gevolg van de verkrachting is eiseres zwanger geraakt. Zij werd bedreigd dat zij vermoord zou worden als ze dit aan iemand zou vertellen. Eiseres heeft uiteindelijk aan haar vader verteld wat haar is overkomen, maar moest van hem met de buurman trouwen vanwege de zwangerschap. Eiseres heeft ook verklaard dat haar vader vond dat voordat zij zou gaan trouwen moest worden besneden omdat dit een familietraditie is. Eiseres weigerde dit. Met behulp van een vriendin heeft eiseres de zwangerschap afgebroken en een miskraam gekregen. Haar vader heeft haar vervolgens huisarrest opgelegd. Begin mei 2021 is eiseres haar ouderlijk huis ontvlucht en verbleef zij bij een vriendin. De moeder van de vriendin heeft eiseres geholpen met het indienen van een visumaanvraag om aan een universiteit in Oekraïne te studeren. Eiseres heeft op 14 oktober 2021 Nigeria verlaten en is vervolgens Oekraïne ingereisd. In Oekraïne heeft eiseres als studente verbleven totdat zij in verband met de oorlog in februari 2022 genoodzaakt was dat land te verlaten. In Oekraïne heeft eiseres geen asiel aangevraagd. Eiseres is op 11 juli 2022 Nederland ingereisd en heeft op 24 augustus 2022 een asielaanvraag ingediend, uit angst om bij terugkeer naar Nigeria uitgehuwelijkt en besneden en te worden.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. de verkrachting door meneer [A] en beëindiging van de daaruit ontstane zwangerschap;
3. Dat de vader kwaad is, heeft gedreigd met uithuwelijking en besnijdenis en uiteindelijk huisarrest heeft opgelegd.
5. Alle relevante elementen worden geloofwaardig geacht door verweerder. Op grond van de geloofwaardig bevonden elementen stelt verweerder zich op het standpunt dat die elementen niet te herleiden zijn tot één van de vervolgingsgronden uit het Vluchtelingenverdrag. Ook is niet aannemelijk dat eiseres bij terugkeer naar Nigeria een reëel risico loopt op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Daarom komt eiseres niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b van de Vreemdelingenwet (Vw).
3 EVRM
6. Eiseres stelt zich op het standpunt dat verweerder, met het besluit van 26 februari 2024, ten onrechte heeft miskend dat zij bij terugkeer vrees een reëel risico loopt op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 3 van het EVRM. De rechtbank stelt vast dat de beroepsgronden van eiseres zijn gericht tegen de beoordeling van verweerder dat zij niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b van de Vw. De rechtbank moet beoordelen of verweerder aan haar heeft kunnen tegenwerpen dat zij haar vrees voor uithuwelijking en besnijdenis bij terugkeer naar Nigeria niet aannemelijk heeft gemaakt
Gedwongen uithuwelijking en besnijdenis
7. Eiseres voert aan dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat niet aannemelijk is dat zij bij terugkeer naar Nigeria te vrezen heeft voor een gedwongen uithuwelijking aan meneer [A] (hierna [A] ). Eiseres verklaart dat zij verwacht dat
[A] haar zal opsporen en haar vader haar nog steeds zal dwingen tot besnijdenis en een huwelijk na de beëindiging van haar zwangerschap.
8. De rechtbank oordeelt dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiseres de vrees voor een gedwongen uithuwelijking aan [A] niet aannemelijk heeft gemaakt. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat het weliswaar geloofwaardig is dat eiseres van haar vader moest trouwen met [A] omdat zij zwanger was maar dat eiseres niets meer van [A] heeft vernomen sinds zij uit haar woonplaats is vertrokken. Ook in de periode dat eiseres verbleef bij haar vriendin [B] en haar moeder is niet gebleken dat hij pogingen heeft gedaan om eiseres op te sporen. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij ook na het afbreken van de zwangerschap nog door [A] is bedreigd. Hierbij heeft verweerder relevant mogen achten dat eiseres tijdens haar nader gehoor (pagina 16) heeft verklaard niet te weten of [A] nog met haar wilde trouwen na de miskraam, omdat ze hem daarna niet meer heeft gezien, dat zij niets meer van [A] heeft vernomen sinds zij uit haar woonplaats is vertrokken en ook in de periode dat eiseres zich in Oekraïne en Nederland bevond (zie hiervoor onder 3.) [A] , voor zover haar bekend is, geen pogingen heeft gedaan om haar op te sporen.
9. Verder voert eiseres aan dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat niet aannemelijk is dat zij bij terugkeer naar Nigeria te vrezen heeft voor besnijdenis. Volgens eiseres volgt uit het Algemeen ambtsbericht Nigeria van januari 20231 dat in haar bevolkingsgroep, de Yoruba, vrouwenbesnijdenis erg veel voorkomt. Eiseres verwijst daarbij ook naar de richtlijnen van EASO Country Guidance Nigeria van oktober 20212 waaruit blijkt dat in de traditionele gemeenschap, waaronder de traditionele familie van de vader van eiseres, elke vrouw besneden moet worden. Eiseres voert ook aan dat uit hetzelfde ambtsbericht blijkt dat het in Nigeria niet mogelijk is om de bescherming in te roepen van de autoriteiten.
10. De rechtbank oordeelt dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiseres de vrees voor besnijdenis niet aannemelijk heeft gemaakt. Verweerder heeft betekenis kunnen toekennen aan het algemeen ambtsbericht3 waaruit blijkt dat onder de bevolkingsgroep waartoe eiseres behoort, de Yoruba, 66,7% van de vrouwen niet zijn besneden. Ook blijkt dat 86% van de slachtoffers besneden werden toen zijn nog geen vijf jaar oud waren. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat hoewel uit het ambtsbericht blijkt dat bij sommige bevolkingsgroepen de besnijdenis pas op latere leeftijd plaatsvindt, niet is gebleken dat dit ook bij de Yoruba zo is. Het ligt op de weg van eiseres om aannemelijk te maken dat zij bij terugkeer besneden zal worden. De rechtbank is ook van oordeel dat niet uit het algemeen ambtsbericht4 volgt dat eiseres geen aangifte kan doen. De omstandigheid dat in twee staten in Nigeria geen aangifte kan worden gedaan, is niet voldoende om aan te nemen dat eiseres geen bescherming kan krijgen van de autoriteiten.
11. Eiseres voert ook aan dat haar vader haar nog steeds wil dwingen tot besnijdenis ook na de beëindiging van haar zwangerschap, omdat haar vader traditioneel en een Egun
1. Algemeen ambtsbericht Nigeria van januari 2023.
2 EASO Country Guidance: Nigeria, oktober 2021.
3 Algemeen ambtsbericht Nigeria van januari 2023, p. 69.
4 Algemeen ambtsbericht Nigeria januari 2023, p. 73.
aanbidder is. Ter onderbouwing van de Egun rituelen overlegt eiseres twee artikelen5 waaruit blijkt dat de Egun tradities nog springlevend zijn.
Conclusie
18. De beroepsgronden slagen niet. Verweerder heeft de aanvraag om verlening van een asielvergunning op grond van artikel 29, eerste lid aanhef en onder a of b, van de Vw terecht afgewezen als ongegrond.
19. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr.
S.C. Hak, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
17 april 2024
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.