Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-08-14
ECLI:NL:RBDHA:2024:12866
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
658 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.26047, NL24.26049, NL24.26051 en NL24.26053
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[naam 1] ,
geboren op [geboortedatum 1] ,
V-nummer: [v-nummer 1] ,
[naam 2]
,
geboren op [geboortedatum 2] ,
V-nummer: [v-nummer 2] ,
[naam 3]
,
geboren op [geboortedatum 3] ,
V-nummer: [v-nummer 3]
en
[naam 4]
,
geboren op [geboortedatum 4] ,
V-nummer: [v-nummer 4]
allen van Moldavische nationaliteit,
gezamenlijk te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. W.A. Berghuis),
en
de minister van Asiel en Migratie (voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid)
(gemachtigde: mr. B.W. Zagers).
Procesverloop
Bij besluiten van 24 juni 2024 (de bestreden besluiten) heeft de minister de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, tezamen met de beroepen (zaaknummers: NL24.26046, NL24.26048, NL24.26050 en NL24.26052), op 30 juli 2024 op zitting behandeld. Verzoekers en hun gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL24.26046, NL24.26048, NL24.26050 en NL24.26052, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. V. Vegter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.