Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-08-12
ECLI:NL:RBDHA:2024:12782
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
855 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.27832
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. S.R. Kwee),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft op 6 september 2023 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 20 mei 2022.
Op 5 januari 2024 is alsnog op de asielaanvraag van eiser beslist.
Bij bericht van 17 januari 2024 heeft de gemachtigde van eiser meegedeeld dat het beroep wordt gehandhaafd.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
1. Verweerder heeft inwilligend beslist op de asielaanvraag van eiser. Nu hiermee tegemoet is gekomen aan het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit, heeft eiser in zoverre geen procesbelang meer.
2. Eiser heeft de rechtbank verzocht om een rechterlijke dwangsom nu verweerder niet tijdig tot een besluit is gekomen en verzocht om vergoeding van proceskosten.
3. De rechtbank stelt vast dat eisers aanvraag inmiddels is ingewilligd. Hiermee vervalt de noodzaak tot het vaststellen van een rechterlijke dwangsom, op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb. Het beroep is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
Beoordeling
5. Omdat eiser vanwege het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag beroep heeft kunnen instellen, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 437,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 12 augustus 2024 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.