Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-08-02
ECLI:NL:RBDHA:2024:12746
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
665 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN Haag
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/6132
uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 augustus 2024 op het verzoek om voorlopige voorziening van
[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker
(gemachtigde mr. S. Karami),
tegen
de korpschef van Politie, verweerder
(gemachtigde: V. Vermeulen LLM BBA).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.
1.1.
Met het besluit van 16 augustus 2023, bekend gemaakt op 15 augustus 2023, heeft verweerder de ten behoeve van verzoeker verleende toestemming om voor de beveiligingsorganisatie Event Security Force B.V. werkzaamheden te mogen verrichten ingetrokken.
1.2.
Met het besluit van 12 december 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het besluit van 16 augustus 2023 ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit (SGR 24/834).
1.3.
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter op 16 juli 2024 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Beoordeling
2. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak te doen.
3. Bij uitspraak van 16 juli 2024 heeft de rechtbank het beroep van verzoeker (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard, omdat het griffierecht niet is betaald.
4. Nu er in verzoekers geval geen bodemprocedure is aan te wijzen, is de voorzieningenrechter, gezien het in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb neergelegde connexiteitsvereiste, van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk is.
5. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Rossum, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 augustus 2024.
griffier voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open
Artikel 7, vijfde lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus