Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-02-23
ECLI:NL:RBDHA:2024:12611
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,649 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL24.3886 (beroep)
NL24.3887 (voorlopige voorziening)
[V nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiseres] ,
geboren op [geboortedatum] 2002, van Turkse nationaliteit, eiseres en verzoekster, hierna: eiseres
(gemachtigde: mr. M.J.A. Rinkes),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr . L. Beket).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (de rechtbank) het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en het verzoek om een voorlopige voorziening.
1.1.
Eiseres heeft op 16 januari 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 31 januari 2024 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Daarnaast heeft zij verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt de uitzetting te verbieden totdat op het beroep is beslist.
1.3.
Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden 21 februari 2024. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en M. Aykaz als tolk in de taal Turks en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Waar gaat deze zaak over?
4. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres komt uit een familie die politiek actief is. Zo is haar oom lid van de DBP. Haar broer [broer 1] en een aantal neven zijn lid van de HDP. Bij de aanvraag zijn stukken overgelegd waaruit volgt dat [broer 1] en haar neven in het Verenigd Koninkrijk zijn erkend als vluchteling vanwege hun politieke activiteiten. Een andere broer van eiseres, [broer 2] , was ook politiek actief voor de HDP en houdt nu een low profile aan omdat hij bekend is bij de politie. Hij heeft geprobeerd te vluchten, maar dat is mislukt. Op [datum 1] is hij gearresteerd, verhoord en weer vrijgelaten. Eiseres stelt dat zij sinds [---] 2021 lid is geworden van de DBP, een partij die opkomt voor de rechten van Koerden. Eiseres heeft aan demonstraties meegedaan en is tijdens de presidentsverkiezingen langs huizen gegaan om stemmen te winnen voor de partij. Na een demonstratie in mei 2023 kwam de politie bij eiseres thuis om over haar broer te informeren. Omdat haar broer niet thuis was wilden ze eiseres meenemen voor verhoor. Daarbij is eiseres bedreigd met de mededeling dat zij ook aan de beurt zou komen vanwege haar lidmaatschap van de DBP. Eiseres is daarom in december 2023 gevlucht. In januari 2024 heeft de politie weer een inval gedaan bij haar thuis.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:
1- Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2- Politieke activiteiten; en,
3- Problemen door politieke activiteiten.
5.1.
Verweerder acht de relevante elementen identiteit, nationaliteit en herkomst en politieke activiteiten geloofwaardig. Echter, verweerder acht het relevante element problemen door politieke activiteiten niet geloofwaardig. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de DBP een legale partij is en dat de demonstraties legaal waren. Hoewel de DBP ideologisch nauw verwant is aan de HDP en landelijk ook door de HDP wordt vertegenwoordigd, toont de landeninformatie niet aan dat de DBP gelijkgesteld kan worden aan de HDP. Het gaat immers om twee aparte partijen waardoor niet kan worden aangenomen dat DBP-leden op dezelfde manier in de negatieve belangstelling staan. Uit de door eiseres aangehaalde landeninformatie volgt ook niet dat de leden van DBP op grote schaal in de negatieve belangstelling staan van de autoriteiten. Verder heeft eiseres geen problemen ondervonden tijdens de demonstratie of bij haar activiteiten ten tijde van de presidentsverkiezingen in 2023. Ook heeft eiseres geen speciale rol vervuld binnen de partij en is er geen persoonlijke of media-aandacht voor haar geweest. Verweerder stelt verder dat eiseres wisselend heeft verklaard omdat eiseres eerst zegt dat de politie eigenlijk kwam voor haar broer, waarna eiseres zegt dat de politie kwam omdat zij lid is van de DBP. Verder is verweerder van mening dat het gelet op haar angst voor de politie niet logisch is dat eiseres na de inval nog zeven maanden thuis haar vlucht heeft afgewacht. Verweerder vindt het proces-verbaal van [datum 2] van het wijkhoofd geen onderbouwing voor de door eiseres gestelde problemen, omdat er geen reden voor het politiebezoek wordt vermeld. Daarnaast vindt verweerder dat het wijkhoofd geen objectief persoon is. De asielaanvraag is binnen de grensprocedure afgedaan omdat eiseres het valse paspoort waarmee zij naar Nederland is gereisd niet heeft overgelegd, terwijl dat wel van haar verwacht mocht worden.
5.2.
Verweerder komt daarom tot de conclusie dat de aanvraag van eiseres kennelijk ongegrond is op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw. Ook krijgt eiseres geen verblijfsvergunning regulier of uitstel van vertrek om medische redenen. Daarnaast is aan eiseres een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
6. Eiseres is van mening dat verweerder haar problemen ten onrechte ongeloofwaardig acht. Zo miskent verweerder dat de DBP kan worden gelijkgesteld met de HDP. Eiseres verwijst hierbij naar de overgelegde landeninformatie van Vluchtelingenwerk Nederland. Volgens eiseres volgt hieruit dat de DBP opereert onder de paraplu van de HDP en dat de leden van de DBP ook in negatieve belangstelling staat van de Turkse autoriteiten. Hierbij speelt mee dat eiseres uit een politieke familie komt en dat maakt dat zij ook in de negatieve belangstelling staat van de Turkse autoriteiten. Dit is ten onrechte niet betrokken bij de beoordeling. Dat eiseres tijdens de demonstraties en activiteiten geen problemen heeft ondervonden is niet relevant, nu de politie eiseres bij de inval wilde meenemen voor verhoor. Zij heeft ook niet wisselend verklaard over de inval. Ze kwamen voor haar broer en omdat ze hem niet hebben gevonden hebben ze geprobeerd om eiseres mee te nemen voor verhoor. Daarbij is gezegd dat ze op de hoogte zijn van haar activiteiten voor de DBP en dat zij ook aan de beurt komt. Verder had eiseres geen keus dan zeven maanden wachten tot ze kon vluchten samen met haar oom. Ze heeft in die periode een low profile gehouden en uit voorzorg geen activiteiten meer verricht.
7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat de problemen van eiseres niet geloofwaardig zijn en overweegt daartoe als volgt. In de brief van Vluchtelingenwerk Nederland staat dat de DBP een zusterpartij is van de HDP en zelfstandig acteert op regionaal niveau. Op nationaal niveau laat de DBP zich vertegenwoordigen door de HDP. Hoewel uit de informatie niet volgt dat sprake is van grootschalige vervolging van personen die enkel laagdrempelige activiteiten verrichten, worden hogergeplaatste leden van de DBP wel vervolgd. Daaruit volgt dat, anders dan verweerder heeft overwogen, het niet relevant is dat DBP een legale partij is en dat de demonstraties ook legaal waren. Verder volgt uit het Algemeen Ambtsbericht over Turkije van augustus 2023 dat HDP-leden op grote schaal worden vervolgd en dat ook apolitieke familieleden van HDP-leden te maken krijgen met huiszoekingen die gepaard gaan met intimidatie, strafrechtelijke onderzoeken, arrestaties, politieverhoren, detenties en strafvervolging. Hieruit volgt dat de omstandigheid dat familieleden van eiseres HDP-leden zijn, dat haar broer is gevlucht naar het Verenigd Koninkrijk en daar erkend is als vluchteling, relevant is voor de beoordeling van het asielrelaas van eiseres. Verweerder heeft echter nagelaten dit bij de beoordeling te betrekken.
7.1.
De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder ten onrechte aan eiseres tegenwerpt dat zij wisselend heeft verklaard over de inval van de politie. Eiseres zou tijdens het gehoor eerst hebben verklaard dat de politie eiseres mee wilden nemen voor informatie over haar broer en later dat ze haar mee wilden nemen vanwege haar lidmaatschap van de DBP. Uit het verslag nader gehoor volgt echter dat eiseres bij het bespreken van de politie-inval consistent (dus ook voor confrontatie met de gestelde tegenstrijdigheid) verklaart dat de politie is langsgekomen voor haar broer, hem niet hebben aangetroffen, dat ze haar wilden meenemen voor verhoor over haar broer, maar dat dit werd tegengehouden en toen heeft de politie tegen haar gezegd dat zij ook aan de beurt komt vanwege haar activiteiten voor de DBP. Er is dan ook geen sprake van een tegenstrijdigheid. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het niet logisch is dat eiseres niet meteen na de inval het land heeft ontvlucht.
Conclusie
11. Verweerder heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is gegrond en de maatregel van grensdetentie is met ingang van 31 januari 2024 onrechtmatig. Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. Ook beveelt de rechtbank de opheffing van de maatregel van grensdetentie met ingang van 23 februari 2024. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing over de asielaanvraag te nemen. Verweerder moet een nieuw besluit nemen en daarbij rekening houden met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor acht weken.
11.1.
Omdat de rechtbank op het beroep heeft beslist, is het niet meer nodig om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
11.2.
Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank, als zij de opheffing van de maatregel van grensdetentie beveelt, aan eiseres een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen. De rechtbank acht gronden aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen voor 24 dagen onrechtmatige (tenuitvoerlegging van de) vrijheidsontnemende maatregel van 24 x €100 (verblijf detentiecentrum) = € 2.400,-.
11.3.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 875,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend, heeft een verzoekschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt daarom € 2.625,-.
Dictum
De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder nummer NL24.3886:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 31 januari 2024;
- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze
uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt
gehouden met deze uitspraak;
- beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 23 februari 2024;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eisers tot een bedrag van € 2.400,-, te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;
De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder nummer NL24.3887:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
De rechtbank/voorzieningenrechter, in beide zaken:
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.625,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Moussaoui, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. B. Göbel, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.
Demokratik Bölgeler Partisi.
Halklarin Demokratik Partisi.
Brief van 10 februari 2024 van Vluchtelingenwerk Nederland over de positie van DBP-leden.
Algemeen Ambtsbericht Turkije van augustus 2023, paragraaf 5.5.5 over de behandeling van de familieleden van HDP-leden.
Verslag nader gehoor, pagina 25 bovenaan.
Verslag nader gehoor, pagina 23 onderaan:
“Is dat de eerste keer dat ze bij u thuiskwamen voor u?
Toen waren ze voor mijn broer gekomen. Ze kwamen om naar mijn broer te informeren. Ze wilden mij ook meenemen voor verhoor. Dat werd tegengehouden. Ze wilden naar mijn broer informeren. Ze hebben mij ook bedreigd.”
Verslag nader gehoor, pagina 23 onderaan en pagina 24 bovenaan:
“Wat is dan de reden dat u wilde vertrekken?
Ze hebben mij bedreigd. Ze zeiden: je bent straks aan de beurt. Jouw dossier is inmiddels ook wat dikker geworden.”
Zie artikel 3.109b, lid 1 Vreemdelingenbesluit 2000.