Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-02-02
ECLI:NL:RBDHA:2024:1240
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening+bodemzaak
4,935 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.40001 en NL23.40002
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiser/verzoeker], V-nummer: [v-nummer], eiser/verzoeker
(gemachtigde: mr. J. Hemelaar),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De voorzieningenrechter beoordeelt in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 20 december 2023 niet in behandeling genomen omdat Slowakije ervoor verantwoordelijk is.
Beoordeling
Geen zitting
2. De rechtbank houdt in deze zaak geen zitting. Het beroep is namelijk kennelijk
ongegrond.Hieronder legt de rechtbank dit uit.
Waar gaat deze zaak over?
3. Eiser stelt de Soedanese nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedag] 1982. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Slowakije verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling daarvan.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser meent dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de relevante wet- en regelgeving en beleidsregels. Eiser verzoekt alles wat hij eerder in deze procedure naar voren heeft gebracht als herhaald en ingelast te beschouwen. Het recente rapport van de U.S. Department of State (2022) toont volgens eiser aan dat er sprake is van structurele problemen met het beschermen van mensenrechten in Slowakije. De Slowaakse overheid kan daarom niet betrouwbaar worden geacht als het gaat om bescherming tegen geweld en racisme, met name gericht tegen Roma en personen met een Afrikaanse afkomst. Ook de politie zou zich volgens dit rapport racistisch opstellen tegen etnische minderheden. Van eiser kan niet verwacht worden dat hij deze autoriteiten om hulp zou vragen. Recent heeft een extreme anti-migratie partij in Slowakije de verkiezingen gewonnen. Het is daarom aannemelijk dat de slechte behandeling van vluchtelingen toe zal nemen. Verweerder had daarom zonder nader onderzoek niet van het interstatelijke vertrouwensbeginsel uit mogen gaan.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. In Dublinzaken geldt het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit houdt in dat verweerder er als uitgangspunt op mag vertrouwen dat andere lidstaten zich houden aan hun verplichtingen uit het Unierecht en mensenrechtenverdragen. Het ligt op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval niet mogelijk is.
5.1
Naar het oordeel van de rechtbank is eiser hierin niet geslaagd. De rechtbank ziet in wat eiser heeft aangevoerd geen aanleiding om anders te oordelen. Wat betreft de stelling van eiser dat verweerder nader onderzoek moet doen, overweegt de rechtbank dat er nog altijd sprake moet zijn van concrete aanwijzingen, dan wel indicaties, dat de situatie in de ontvangende lidstaat tot een dergelijk onderzoek aanleiding geeft. De verwijzing naar passages uit het rapport van de U.S. Department of State, bieden geen aanknopingspunten om hier anders over te oordelen. Dat de politie in Slowakije zich volgens dit rapport ook schuldig maakt aan racistische behandeling van etnische minderheden, betekent niet dat niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan en dat eiser zich hierover in voorkomend geval niet bij de hogere autoriteiten kan beklagen.
5.2
Slowakije heeft met het claimakkoord gegarandeerd om eisers verzoek om internationale bescherming in behandeling te nemen, met inachtneming van de verschillende Europese richtlijnen. Hier vallen de relevante wet- en regelgeving en beleidsregels ook onder. Ook het betoog dat vluchtelingen slecht zouden worden behandeld door de partij die nu aan de macht is, slaagt daarom niet.
6. Ten slotte gaat de rechtbank niet mee in het betoog van eiser dat verweerder onvoldoende gemotiveerd en zorgvuldig is ingegaan op wat hij naar voren heeft gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder voldoende ingegaan op de persoonlijke omstandigheden van eiser en de stukken die hij heeft overgelegd. Uit het in algemene zin herhalen en inlassen van wat eiser eerder naar voren heeft gebracht, kan de rechtbank niet afleiden waarom eiser van mening is dat het bestreden besluit onjuist is. Daarom ziet de rechtbank ook hierin geen aanleiding het bestreden besluit te vernietigen.
Conclusie
7. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank twijfelt hier niet over. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond.
8. Nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.
9. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek tot het treffen van een voorlopige
voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van J. Dommerholt, griffier
Dictum
Rechtsmiddel
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak op het beroep, kunt u een brief sturen naar de
rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U
moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is
verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw
verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Tegen de uitspraak
op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.
Zie artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrechter (Awb).
Bureau of Democracy, Human Rights, and Labor: 2022 Country Report on Human Rights Practices: Slovakia.
Op grond van artikel 8:81 en 8:83, derde lid, van de Awb.
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.40001 en NL23.40002
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiser/verzoeker], V-nummer: [v-nummer], eiser/verzoeker
(gemachtigde: mr. J. Hemelaar),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De voorzieningenrechter beoordeelt in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 20 december 2023 niet in behandeling genomen omdat Slowakije ervoor verantwoordelijk is.
Beoordeling
Geen zitting
2. De rechtbank houdt in deze zaak geen zitting. Het beroep is namelijk kennelijk
ongegrond.Hieronder legt de rechtbank dit uit.
Waar gaat deze zaak over?
3. Eiser stelt de Soedanese nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedag] 1982. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Slowakije verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling daarvan.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser meent dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de relevante wet- en regelgeving en beleidsregels. Eiser verzoekt alles wat hij eerder in deze procedure naar voren heeft gebracht als herhaald en ingelast te beschouwen. Het recente rapport van de U.S. Department of State (2022) toont volgens eiser aan dat er sprake is van structurele problemen met het beschermen van mensenrechten in Slowakije. De Slowaakse overheid kan daarom niet betrouwbaar worden geacht als het gaat om bescherming tegen geweld en racisme, met name gericht tegen Roma en personen met een Afrikaanse afkomst. Ook de politie zou zich volgens dit rapport racistisch opstellen tegen etnische minderheden. Van eiser kan niet verwacht worden dat hij deze autoriteiten om hulp zou vragen. Recent heeft een extreme anti-migratie partij in Slowakije de verkiezingen gewonnen. Het is daarom aannemelijk dat de slechte behandeling van vluchtelingen toe zal nemen. Verweerder had daarom zonder nader onderzoek niet van het interstatelijke vertrouwensbeginsel uit mogen gaan.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. In Dublinzaken geldt het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit houdt in dat verweerder er als uitgangspunt op mag vertrouwen dat andere lidstaten zich houden aan hun verplichtingen uit het Unierecht en mensenrechtenverdragen. Het ligt op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval niet mogelijk is.
5.1
Naar het oordeel van de rechtbank is eiser hierin niet geslaagd. De rechtbank ziet in wat eiser heeft aangevoerd geen aanleiding om anders te oordelen. Wat betreft de stelling van eiser dat verweerder nader onderzoek moet doen, overweegt de rechtbank dat er nog altijd sprake moet zijn van concrete aanwijzingen, dan wel indicaties, dat de situatie in de ontvangende lidstaat tot een dergelijk onderzoek aanleiding geeft. De verwijzing naar passages uit het rapport van de U.S. Department of State, bieden geen aanknopingspunten om hier anders over te oordelen. Dat de politie in Slowakije zich volgens dit rapport ook schuldig maakt aan racistische behandeling van etnische minderheden, betekent niet dat niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan en dat eiser zich hierover in voorkomend geval niet bij de hogere autoriteiten kan beklagen.
5.2
Slowakije heeft met het claimakkoord gegarandeerd om eisers verzoek om internationale bescherming in behandeling te nemen, met inachtneming van de verschillende Europese richtlijnen. Hier vallen de relevante wet- en regelgeving en beleidsregels ook onder. Ook het betoog dat vluchtelingen slecht zouden worden behandeld door de partij die nu aan de macht is, slaagt daarom niet.
6. Ten slotte gaat de rechtbank niet mee in het betoog van eiser dat verweerder onvoldoende gemotiveerd en zorgvuldig is ingegaan op wat hij naar voren heeft gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder voldoende ingegaan op de persoonlijke omstandigheden van eiser en de stukken die hij heeft overgelegd. Uit het in algemene zin herhalen en inlassen van wat eiser eerder naar voren heeft gebracht, kan de rechtbank niet afleiden waarom eiser van mening is dat het bestreden besluit onjuist is. Daarom ziet de rechtbank ook hierin geen aanleiding het bestreden besluit te vernietigen.
Conclusie
7. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank twijfelt hier niet over. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond.
8. Nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.
9. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek tot het treffen van een voorlopige
voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van J. Dommerholt, griffier
Dictum
Rechtsmiddel
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak op het beroep, kunt u een brief sturen naar de
rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U
moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is
verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw
verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Tegen de uitspraak
op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.
Zie artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrechter (Awb).
Bureau of Democracy, Human Rights, and Labor: 2022 Country Report on Human Rights Practices: Slovakia.
Op grond van artikel 8:81 en 8:83, derde lid, van de Awb.
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.40001 en NL23.40002
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiser/verzoeker], V-nummer: [v-nummer], eiser/verzoeker
(gemachtigde: mr. J. Hemelaar),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De voorzieningenrechter beoordeelt in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 20 december 2023 niet in behandeling genomen omdat Slowakije ervoor verantwoordelijk is.
Beoordeling
Geen zitting
2. De rechtbank houdt in deze zaak geen zitting. Het beroep is namelijk kennelijk
ongegrond.Hieronder legt de rechtbank dit uit.
Waar gaat deze zaak over?
3. Eiser stelt de Soedanese nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedag] 1982. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Slowakije verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling daarvan.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser meent dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de relevante wet- en regelgeving en beleidsregels. Eiser verzoekt alles wat hij eerder in deze procedure naar voren heeft gebracht als herhaald en ingelast te beschouwen. Het recente rapport van de U.S. Department of State (2022) toont volgens eiser aan dat er sprake is van structurele problemen met het beschermen van mensenrechten in Slowakije. De Slowaakse overheid kan daarom niet betrouwbaar worden geacht als het gaat om bescherming tegen geweld en racisme, met name gericht tegen Roma en personen met een Afrikaanse afkomst. Ook de politie zou zich volgens dit rapport racistisch opstellen tegen etnische minderheden. Van eiser kan niet verwacht worden dat hij deze autoriteiten om hulp zou vragen. Recent heeft een extreme anti-migratie partij in Slowakije de verkiezingen gewonnen. Het is daarom aannemelijk dat de slechte behandeling van vluchtelingen toe zal nemen. Verweerder had daarom zonder nader onderzoek niet van het interstatelijke vertrouwensbeginsel uit mogen gaan.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. In Dublinzaken geldt het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit houdt in dat verweerder er als uitgangspunt op mag vertrouwen dat andere lidstaten zich houden aan hun verplichtingen uit het Unierecht en mensenrechtenverdragen. Het ligt op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval niet mogelijk is.
5.1
Naar het oordeel van de rechtbank is eiser hierin niet geslaagd. De rechtbank ziet in wat eiser heeft aangevoerd geen aanleiding om anders te oordelen. Wat betreft de stelling van eiser dat verweerder nader onderzoek moet doen, overweegt de rechtbank dat er nog altijd sprake moet zijn van concrete aanwijzingen, dan wel indicaties, dat de situatie in de ontvangende lidstaat tot een dergelijk onderzoek aanleiding geeft. De verwijzing naar passages uit het rapport van de U.S. Department of State, bieden geen aanknopingspunten om hier anders over te oordelen. Dat de politie in Slowakije zich volgens dit rapport ook schuldig maakt aan racistische behandeling van etnische minderheden, betekent niet dat niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan en dat eiser zich hierover in voorkomend geval niet bij de hogere autoriteiten kan beklagen.
5.2
Slowakije heeft met het claimakkoord gegarandeerd om eisers verzoek om internationale bescherming in behandeling te nemen, met inachtneming van de verschillende Europese richtlijnen. Hier vallen de relevante wet- en regelgeving en beleidsregels ook onder. Ook het betoog dat vluchtelingen slecht zouden worden behandeld door de partij die nu aan de macht is, slaagt daarom niet.
6. Ten slotte gaat de rechtbank niet mee in het betoog van eiser dat verweerder onvoldoende gemotiveerd en zorgvuldig is ingegaan op wat hij naar voren heeft gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder voldoende ingegaan op de persoonlijke omstandigheden van eiser en de stukken die hij heeft overgelegd. Uit het in algemene zin herhalen en inlassen van wat eiser eerder naar voren heeft gebracht, kan de rechtbank niet afleiden waarom eiser van mening is dat het bestreden besluit onjuist is. Daarom ziet de rechtbank ook hierin geen aanleiding het bestreden besluit te vernietigen.
Conclusie
7. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank twijfelt hier niet over. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond.
8. Nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.
9. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek tot het treffen van een voorlopige
voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van J. Dommerholt, griffier
Dictum
Rechtsmiddel
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak op het beroep, kunt u een brief sturen naar de
rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U
moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is
verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw
verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Tegen de uitspraak
op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.
Zie artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrechter (Awb).
Bureau of Democracy, Human Rights, and Labor: 2022 Country Report on Human Rights Practices: Slovakia.
Op grond van artikel 8:81 en 8:83, derde lid, van de Awb.