Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-08-07
ECLI:NL:RBDHA:2024:12313
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
559 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.15175
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker
(gemachtigde: mr. M.S. Yap),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 1 augustus 2023 heeft verweerder vastgesteld dat het verblijfsrecht van verzoeker als gemeenschapsonderdaan op 7 maart 2023 is geëindigd. Voorts heeft verweerder bij afzonderlijk besluit van 1 augustus 2023 de aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument als verzorgende ouder van Nederlandse kinderen op grond van het arrest Chavez-Vilchez afgewezen. Deze besluiten van 1 augustus 2023 worden hierna de primaire besluiten genoemd.
Bij besluiten van 13 maart 2024 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de bezwaren van verzoeker tegen de primaire besluiten ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.15174, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 6 augustus 2024 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 mei 2017, ECLI:EU:C:2017:354.