Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-07-23
ECLI:NL:RBDHA:2024:11920
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
665 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 23/8557
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
V-nummer: [V-nummer]
en
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft op 2 augustus 2023 beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Bij het indienen van een beroepschrift moet de indiener een kopie van het bestreden besluit overleggen. Ontbreekt dit, dan kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank moet dan wel eerst de indiener in de gelegenheid hebben gesteld om het ontbrekende stuk alsnog toe te zenden.
2. De rechtbank heeft bij aangetekende brief van 14 augustus 2023 eiser in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de datum van verzending van die brief het besluit dat op deze zaak betrekking heeft in te dienen. Hierbij is vermeld dat, indien eiser niet aan dit verzoek voldoet, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
3. De aangetekende brief is door de rechtbank op 14 september 2023 retour ontvangen met als reden dat de aangetekende brief niet is afgehaald. De rechtbank heeft het opgevraagde besluit niet binnen de gestelde termijn ontvangen. Ook nadien heeft de rechtbank geen bericht meer ontvangen van eiser.
4. Gelet op het voorgaande is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 11 juli 2024 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van A.A.M. Mangroe, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Op grond van artikel 6:5, tweede lid, van de Awb.
Op grond van artikel 6:6 van de Awb.