Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-07-26
ECLI:NL:RBDHA:2024:11738
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Proceskostenveroordeling
694 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.13706
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoekster,
geboren op [geboortedatum],
van Libische nationaliteit,
v-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. P.A.J. Mulders),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Verzoekster heeft op 3 augustus 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
Verzoekster heeft op 28 maart 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag.
Op 29 mei 2024 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster ongegrond verklaard.
Op 4 juli 2024 heeft verzoekster het beroep tegen het niet tijdig beslissen ingetrokken en daarbij verzocht om een veroordeling van verweerder in de proceskosten.
Overwegingen
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Op 29 mei 2024 heeft verweerder alsnog een besluit genomen op de aanvraag van verzoekster. Het verzoek is om die reden kennelijk gegrond. Verweerder heeft bij brief van 17 juli 2024 aangegeven bereid te zijn de proceskosten aan verzoekster te vergoeden. Verzoekster is op 18 juli 2024 met het voorstel van verweerder akkoord gegaan.
3. De rechtbank draagt verweerder op de proceskosten aan verzoekster te vergoeden. Toegekend wordt € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,-, bij een wegingsfactor 0,5).
Dictum
De rechtbank:
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.