Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-07-12
ECLI:NL:RBDHA:2024:11654
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
569 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.6198
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker]
, V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. S. Zuithoff).
Procesverloop
Bij besluit van 23 januari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen de jegens hem uitgevaardigde ongewenstverklaring afgewezen als zijnde ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.6197, op 16 mei 2024 op zitting behandeld.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.6197, heeft de rechtbank geoordeeld op het beroep van eiser. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M.A.F.C. Lienaerts, griffier.
zaaknummer: NL24.6198
2
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
12 juli 2024
Documentcode: [documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.