Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-07-15
ECLI:NL:RBDHA:2024:10931
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
614 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.18551
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoeker,
geboren op [geboortedatum] ,
van Venezolaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. G.P. Dayala)
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister
(gemachtigde: mr. G.J. Westendorp).
Procesverloop
Bij beroepschrift van 28 april 2024 heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank tegen de besluiten van de minister van 3 april 2024. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL24.18548.
Bij verzoekschrift van 28 april 2024 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het beroep is beslist.
Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak NL24.18548, plaatsgevonden op 27 juni 2024. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.18548, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig.
3. Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening dient om die reden te worden afgewezen.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.