Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2024-07-04
ECLI:NL:RBDHA:2024:10821
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,235 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.24328
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. P.L.E.M. Krauth),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. H.J. Rossingh).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser stelt van Sierra Leoonse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [datum]. Hij heeft op 9 juni 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 6 juni 2024 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
2. De rechtbank heeft het beroep op 4 juli 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
3. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
4. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
5. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij in 2021 in Sierra Leone heeft deelgenomen aan een demonstratie tegen stijgende kosten van levensonderhoud. Eiser stelt dat de autoriteiten hem daarom willen oppakken.
Het bestreden besluit
6. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Deelname demonstratie
3. Politieke overtuiging
De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig, met uitzondering van eisers geboortedatum. Eiser heeft geen identificerende documenten overgelegd. De medewerkers van de AVIM en de hoorambtenaar hebben daarom een leeftijdsschouw verricht. Gelet op de conclusies dat twijfel bestaat over de door eiser opgegeven leeftijd, heeft de minister vervolgens onderzoek gedaan in Italië. Uit dit onderzoek is gebleken dat eiser in Italië geregistreerd is met de geboortedatum [datum]. De minister heeft deze geboortedatum overgenomen. De geboorteakte die eiser bij het nader gehoor heeft overgelegd, is volgens de minister geen identificerend document. Bovendien twijfelt de minister aan de authenticiteit van het document. De minister vindt het tweede en derde relevante element geloofwaardig, maar volgens de minister is niet gebleken dat eiser als gevolg van de deelname aan de demonstratie in de negatieve belangstelling van de autoriteiten is komen te staan. Bovendien blijkt uit eisers verklaringen dat hij weinig interesse heeft in politiek en heeft zijn politieke overtuiging zich in Sierra Leone en Nederland niet verder ontwikkeld. Evenmin heeft zijn politieke overtuiging ervoor gezorgd dat hij in Sierra Leone problemen heeft ondervonden.
De leeftijdsregistratie
7. Eiser voert aan dat de minister niet mocht uitgaan van de leeftijdsregistratie in Italië, omdat hij een geboorteakte heeft overgelegd met de juiste geboortedatum. Eiser heeft dit document gekregen van zijn zus, die hem heeft laten weten dat het document via de juiste procedure is verkregen.
8. De rechtbank overweegt allereerst dat het uitgangspunt is dat de minister in beginsel mag uitgaan van de juistheid van een in een andere lidstaat geregistreerde geboortedatum. Dat blijkt uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het is vervolgens aan de vreemdeling om aanknopingspunten naar voren te brengen op grond waarvan twijfel kan ontstaan over de registratie in de andere lidstaat.
9. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser daarin niet geslaagd. Uit onderzoek van Bureau Documenten van 2 juli 2024 is gebleken dat de geboorteakte die eiser heeft overgelegd waarschijnlijk niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven. Bovendien blijkt uit het onderzoek dat de legalisatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Sierra Leone vals is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister er in het bestreden besluit bovendien op kunnen wijzen dat de wijze van verkrijging van het document niet overeenkomt met algemene landeninformatie. Bovendien komen de data op het document (2017 respectievelijk 2018) niet overeen met eisers verklaringen over het moment van het verkrijgen ervan. Eiser heeft naar het oordeel van de rechtbank evenmin met zijn verklaringen over de Italiaanse registratie aanknopingspunten naar voren gebracht op grond waarvan over de juistheid van die registratie twijfel kan ontstaan. Eiser heeft namelijk tijdens het verhoor bij de Avim verklaard dat in Italië een fout is gemaakt met inschrijven en dat men de datum niet wilde veranderen. Tijdens het aanmeldgehoor verklaart hij echter dat hij zelf de geboortedatum heeft opgegeven, omdat hij van andere jongens had begrepen dat zij een maand op de vloer hadden geslapen omdat ze een jongere leeftijd hadden opgegeven. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
Vrees voor vervolging en risico op ernstige schade
10. Eiser voert aan dat hij bij terugkeer te vrezen heeft voor vervolging. Gelet op het feit dat de president de deelnemers aan de demonstraties in 2022 heeft beschuldigd van terrorisme, valt niet uit te sluiten dat deelname aan een demonstratie in 2021 ook tot een dergelijke beschuldiging zou leiden. Eiser liep voorop in de demonstratie en droeg een spandoek. Eiser had minder prioriteit dan de leiders, maar een hogere prioriteit dan anderen.
11. Deze beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister voldoende gemotiveerd dat niet aannemelijk is dat eiser bij terugkeer gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade. De minister heeft niet ten onrechte overwogen dat niet aannemelijk is dat eiser als gevolg van zijn deelname aan de demonstratie in 2021 in de negatieve belangstelling van de Sierra Leoonse autoriteiten staat of heeft gestaan. Daartoe heeft de minister kunnen wijzen op het feit dat de leiders van de demonstratie zijn opgepakt, maar eiser niet. Bovendien heeft eiser verklaard dat hij niet heeft gezien of hij door de autoriteiten is gefilmd tijdens de demonstratie. Evenmin is gebleken dat de autoriteiten op andere wijze op de hoogte zijn geraakt van eisers deelname aan de demonstratie en dat zij daarom op zoek zouden zijn naar eiser. Tot slot heeft de minister erop kunnen wijzen dat eiser zijn land legaal heeft kunnen verlaten en dat hij bij zijn uitreis geen problemen heeft ondervonden, hetgeen er niet op duidt dat eiser in de negatieve belangstelling stond van de autoriteiten. Eisers verwijzing naar de beschuldiging van de president leidt niet tot een ander oordeel, nu niet is gebleken dat deze beschuldiging met betrekking tot deelnemers aan een demonstratie in 2022 (ook) op de persoon van eiser is gericht naar aanleiding van zijn deelname aan de demonstratie in 2021. Eiser heeft voorts geen andere feiten en omstandigheden aangevoerd dan zijn deelname aan genoemde demonstratie 2021.
Conclusie
12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van de proceskosten die hij heeft gemaakt.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.M. Schuiling, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Deze datum staat hierboven. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie bijvoorbeeld de uitspraken van 17 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:134, 4 juni 2021,
ECLI:NL:RVS:2021:1184 en 26 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2659
Pagina 2 van het verhoor van 9 juni 2023
Pagina 13 van het aanmeldgehoor van 27 juni 2023