Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-06-30
ECLI:NL:RBDHA:2023:9445
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
997 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL22.19726 en NL22.19730
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam]
geboren op [geboortedatum] ,
V-nummer: [nummer] ,
[naam] ,
geboren op [geboortedatum] ,
V-nummer [nummer] ,
beiden van Oezbekistaanse nationaliteit,
hierna: verzoekers
(gemachtigde: mr. T. Bruinsma),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Verzoekers hebben op 16 april 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
Bij brief van 13 september 2022 hebben verzoekers verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op hun asielaanvraag. Verzoekers hebben vervolgens op 3 oktober 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
Verweerder heeft op 17 oktober 2022 een verweerschrift ingediend.
Verweerder heeft bij beschikkingen van 21 maart 2023 de aanvragen afgewezen als ongegrond.
Verzoekers hebben hun beroepen ingetrokken en daarbij verzocht om vergoeding van de proceskosten.
Verweerder heeft gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding.
Overwegingen
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting op het verzoek om proceskostenvergoeding.
2. Verzoekers hebben hun beroepen ingetrokken met een verzoek tot vergoeding van de proceskosten.
3. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
4. Verzoekers hebben de aanvragen ingediend op 16 april 2022. De wettelijke beslistermijn van zes maanden (vgl. artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000) zou in het geval van verzoekers op 16 oktober 2022 eindigen. Verzoekers hebben verweerder in gebreke gesteld bij brief van 13 september 2022, door verweerder ontvangen op 14 september 2022. Op dat moment was de aanvankelijke beslistermijn nog niet verstreken. Dat betekent dat de ingebrekestellingen prematuur zijn ingediend. De (inmiddels ingetrokken) beroepen voldoen daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
5. Gelet op hetgeen onder 4. is overwogen zouden de beroepen niet-ontvankelijk zijn verklaard. De rechtbank komt dientengevolge niet toe aan een veroordeling in de proceskosten
6. De rechtbank wijst de verzoeken af.
Dictum
De rechtbank wijst de verzoeken om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J. Tijnagel, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.