Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-06-29
ECLI:NL:RBDHA:2023:9323
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,266 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/644778 / JE RK 23-584
Datum uitspraak: 29 juni 2023
Beschikking van de kinderrechter
Verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak naar aanleiding van het op 23 maart ingekomen verzoekschrift van:
William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (hierna te noemen: de gecertificeerde instelling),
betreffende:
-
[naam01]
, geboren op geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats01] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam02] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats01] .
[naam03] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats01] .
Het procesverloop
Bij beschikking van 26 mei 2023 heeft de kinderrechter in deze rechtbank de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd van 1 juni 2023 tot 1 juli 2023. De behandeling van het verzoek is voor het overige aangehouden, omdat gebleken is dat abusievelijk verzuimd was aan [minderjarige] , die op 1 juni 2023 de twaalfjarige leeftijd heeft bereikt, een meldbrief te sturen.
De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder thans ook:
- voormelde beschikking van 26 mei 2023.
Aan [minderjarige] is bij brief van 30 mei 2023 een meldbrief gestuurd, conform het bepaalde in 6.1 van het procesreglement civiel jeugdrecht.
Feiten
Voor de feiten wordt verwezen naar de beschikking van 26 mei 2023.
Verzoek
Het verzoek strekt nog tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de resterende periode van vijf maanden.
Beoordeling
[minderjarige] heeft niet op de meldbrief gereageerd.
De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling onverminderd aanwezig zijn.
De concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [minderjarige] bestaan uit het hierna volgende. [minderjarige] gaat momenteel twee dagdelen per week naar 2SUR5 en één hele dag en één dagdeel naar Klimkoord. Hoewel 2SUR5 en Klimkoord na de verhuizing van [minderjarige] en de moeder naar een woning van Stichting 488 een groei bij [minderjarige] in zijn ontwikkeling hebben waargenomen, blijven negatieve ervaringen uit het verleden hem blokkeren in zijn ontwikkeling. Zo wordt in het maken van schoolwerk geen groei gezien. Alles wat lijkt op een schoolse setting wijst [minderjarige] af. De kinderrechter vindt het zorgelijk dat op dit moment geen zicht is op terugkeer naar school. De dagen bij Klimkoord leveren steeds meer spanningen op bij [minderjarige] , waardoor hij hier met groeiende weerstand naar toegaat. De ingezette hulp vanuit de Banjaard is onlangs gestart met als doel om [minderjarige] minder afwerend te maken voor schoolse situaties. Daarnaast worden de ouders geholpen in het herstellen van hun relatie en het verkleinen van het gevoel van machteloosheid door het volgen van de oudergroep Geweldloos. Verder is [minderjarige] aangemeld bij Zorginstelling Bij Ons en kan hij hier in september 2023 starten. Hier kan hij werken aan zijn weerbaarheid en kan onderzocht worden hoe zijn toekomst eruit zal komen te zien en welke plek het beste bij hem past. Het komende halfjaar wordt toegewerkt naar het vrijwillig kader en wordt [minderjarige] aangemeld bij het CJG voor een gezinscoach. De kinderrechter benadrukt dat het positief is dat de ouders meewerken aan de ondersteuning die nodig is om [minderjarige] te helpen verder te groeien in zijn ontwikkeling. Doordat er veel hulpverlening betrokken is bij [minderjarige] is het wenselijk dat een jeugdbeschermer als regiehouder betrokken blijft. Een verlenging van de ondertoezichtstelling acht de kinderrechter noodzakelijk om de ontwikkelingsdreiging van [minderjarige] weg te nemen. Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de ondertoezichtstelling moet worden verlengd voor de resterende duur van vijf maanden.
Dictum
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] van 1 juli 2023 tot 1 december 2023 met behoud van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering als gecertificeerde instelling die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. B. Martinez-Hammer, kinderrechter, in tegenwoordigheid van L.E. Smolders als griffier en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.