Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-06-22
ECLI:NL:RBDHA:2023:8967
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
642 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 22/5630
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[Naam], verzoeker
V-nummer: [Nummer]
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 27 januari 2022 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen.
Eiser heeft hierna de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:81, vierde lid, van de Awb in samenhang met artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb moet verzoeker in het verzoekschrift de gronden van verzoek vermelden. Indien niet aan dit vereiste is voldaan, kan op grond van artikel 6:6 Awb het verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard, mits verzoeker de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
2. De rechtbank stelt vast dat er geen gronden zijn vermeld in het verzoekschrift. De rechtbank heeft verzoeker bij aangetekende brief van 15 februari 2022 hierop gewezen en hem in de gelegenheid gesteld om het verzuim te herstellen binnen twee weken na de verzending van de brief. Hierbij is vermeld dat, indien verzoeker niet aan dit verzoek voldoet, het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Verzoeker heeft geen gronden ingediend binnen de gestelde termijn. Niet is gebleken dat dit niet aan verzoeker is toe te rekenen. Er is dan ook niet voldaan aan de eisen van artikel 6:5 Awb.
3. Het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen zal daarom kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, op de hieronder vermelde datum en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.