Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-06-13
ECLI:NL:RBDHA:2023:8864
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,698 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/5186
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juni 2023 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser,
en
het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar, het college
(gemachtigde: mr. A. Stockman).
Procesverloop
In het besluit van 1 maart 2021 (verzonden op 11 maart 2021) (primair besluit) heeft het college eisers aanvraag om een maatwerkvoorziening in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) afgewezen.
In het besluit van 10 juni 2021 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiser, gericht tegen het primaire besluit, ongegrond verklaard.
Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 21 maart 2023 op zitting behandeld. Eiser is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en Wmo-consulent T.M. de Waard.
Ter zitting is afgesproken dat het college nog een keer probeert contact te zoeken met eiser. Het college heeft op 11 april 2023 bericht dat van eiser geen reactie is ontvangen op het bericht van het college van 22 maart 2023.
Overwegingen
1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1.
Bij uitspraak van 17 juni 2015 heeft de Centrale Raad van Beroep aan eiser een vervoersvoorziening in natura in de vorm van een snorscooter met hoes toegekend. Het college heeft dit nog eens neergelegd in het besluit van 4 september 2015 en bepaald dat de voorziening in bruikleen is toegekend.
1.2.
Op 19 augustus 2020 heeft eiser aan welzijnwerkenzorg van de gemeente een e-mail gestuurd met de vraag of de hem toegekende snorscooter kan worden ingeruild voor een type met een lager gewicht en met een lagere instap of voor een snorfiets, liefst van het merk Tomos. Hij heeft het college ook om een nieuwe beschermingshoes voor zijn scooter gevraagd omdat de toegekende hoes kapot is gegaan.
1.3.
De Wmo consulent heeft het e-mailbericht aangemerkt als een melding Wmo. Op 21 september 2020 heeft de Wmo-consulent een gesprek gehad met eiser. Om een beeld te krijgen van de beperkingen en problemen met vervoer van eiser en de mogelijke oplossing heeft de Wmo-consulent op 21 september 2020 aan RDOG Holland midden (GGD) in Leiden gevraagd om medisch advies op basis van recente, medische gegevens. In het verzoek aan de GGD staat dat eiser sinds 2015 over een snorscooter beschikt en dat deze voorziening voor de duur van zeven jaar is bedoeld. Gevraagd is welke beperkingen eiser heeft om zich te kunnen verplaatsen, of eiser kan lopen, fietsen, fietsen op een e-bike of fietsen op een fiets met lage instap, of er medische redenen zijn waardoor eiser geen scoot-mobiel kan gebruiken en zo ja, welke, of er een medische reden is om een snorfiets te verstrekken, en zo ja, welke, en of de adviseur veilige hulpmiddelen of vervoersvoorzieningen weet die de problemen van eiser met vervoer compenseren. Op 8 december 2020 heeft bij eiser thuis een gesprek plaatsgevonden met een medisch adviseur van de GGD. Op 16 februari 2021 heeft eiser aan de medisch adviseur en aan de Wmo-consulent per e-mail meegedeeld dat hij zich niet kan vinden in het advies zoals dat er op dat moment ligt en dat hij gebruik maakt van zijn recht dit medisch advies te blokkeren. Op 4 maart 2021 heeft eiser aan het college gevraagd om een beslissing te nemen.
1.4.
Hierop heeft het college bij primair besluit, gehandhaafd bij het bestreden besluit, de aanvraag afgewezen. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat een medisch advies nodig is om de huidige beperkingen van eiser te beoordelen en te bezien welke oplossingen voor vervoer passend zijn. Omdat het medisch advies niet kan worden ingezien kan niet worden vastgesteld dat eiser de gevraagde voorziening nodig heeft.
2. Eiser is het niet met het college eens. Hij heeft de noodzaak van een nieuw medisch advies betwist. Het college beschikt vanuit de vorige aanvraag over voldoende (medische) informatie om zijn zorgbehoefte te onderzoeken en te beoordelen. Het college is doorgeschoten in zijn wens een nieuw medisch advies op te vragen. Het wilde blijkbaar een totaalprofiel van eisers gezondheidstoestand. Het college heeft zelfs aan de GGD gevraagd welke vervoersvoorziening voor hem geschikt was. Deze bemoeienissen van het college en de ondeskundigheid en partijdigheid van de GGD Leiden hebben eiser ertoe gebracht zijn blokkeringsrecht te gebruiken. Eiser vraagt de rechtbank om twee deskundigen te benoemen.
3. De rechtbank beoordeelt het beroep als volgt.
3.1.
Uit de rechtspraak van de CRvB over de Wmo 2015 vloeit voort dat het college voldoende kennis moet vergaren over de voor het nemen van een besluit in het kader van de Wmo 2015 van belang zijnde feiten en omstandigheden en af te wegen belangen. Het college zal bij een melding allereerst moeten vaststellen wat de hulpvraag is (stap 1). Daarna moet het college vaststellen welke problemen worden ondervonden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving (stap 2). Zijn die problemen voldoende concreet in kaart gebracht, dan kan worden bepaald welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie van de ondersteuningsvrager, onderscheidenlijk het zich kunnen handhaven in de samenleving (stap 3). Ten slotte moet het college onderzoeken of en in hoeverre de eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk en voorliggende (algemene) voorzieningen de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden (stap 4). Slechts voor zover die mogelijkheden ontoereikend zijn, dient het college een maatwerkvoorziening te verlenen. Voor zover het onderzoek naar de nodige ondersteuning specifieke deskundigheid vereist zal een specifiek deskundig oordeel en advies niet kunnen ontbreken.
3.2.
De cliënt dan wel diens vertegenwoordiger verschaft het college de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Dat staat in artikel 2.3.2, zevende lid, van de Wmo 2015.
3.3.
De cliënt is verplicht aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet. Dat staat in artikel 2.3.8, derde lid, van de Wmo 2015.
3.4.
Het college kan om deskundigenadvies vragen indien het onduidelijk is of en zo ja, welke beperkingen de cliënt ondervindt en wat de prognose daarvan is. Dat staat in artikel 3.2, eerste lid, onder a, van de Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Wassenaar 2015.
3.5.
Er bestaat slechts aanspraak op een maatwerkvoorziening voor zover:a. deze noodzakelijk is om de cliënt in staat te stellen tot zelfredzaamheid en participatie mede met het oog op het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen;b. deze als goedkoopst passende bijdrage aan te merken is;c. deze in overwegende mate op de cliënt gericht is.Dat staat in artikel 4.1, vijfde lid, van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Wassenaar 2015.
3.6.
Het college onderhoudt contact met de cliënt. Bij dat contact wordt bekeken of de toegekende voorziening nog voldoet. Dat staat in artikel 2.6 van de Beleidsregel Maatschappelijke ondersteuning gemeente Wassenaar 2017.
3.7.
Het college heeft in een e-mailbericht van 22 maart 2023, dat ook per aangetekende post naar eiser is gestuurd en door hem is ontvangen, aan eiser voorgesteld om gedeelten van het advies waarin de GGD spreekt over de algemeen gebruikelijke voorziening weg te lakken. Het college heeft eiser ook de mogelijkheid geboden telefonisch met het college te overleggen. Eiser heeft niet op het verzoek van het college gereageerd. De rechtbank leidt hieruit af dat eiser ook nu niet bereid is het medisch advies alsnog met het college te delen.
3.8.
In geschil is of een medisch advies nodig is of niet. Het college heeft aangevoerd dat een medisch advies ter beoordeling van eisers aanvraag noodzakelijk is, omdat er – samengevat – sinds zijn vorige aanvraag in 2009 sprake kan zijn van wijzigingen in diens gezondheidstoestand en de daaruit voortkomende beperkingen. Ook zijn er sinds de vorige aanvraag nieuwe behandel- en revalidatiemogelijkheden, en is het assortiment hulpmiddelen, voorzieningen en technische mogelijkheden gewijzigd. Tegen die achtergrond moet een arts/medisch adviseur kunnen onderzoeken welke vervoersmogelijkheden bij eisers actuele aandoeningen en beperkingen passen. De rechtbank acht deze motivering van het college, ook gelet op het lange tijdverloop sinds de vorige aanvraag, overtuigend.
3.9.
Dat de GGD Leiden geen onafhankelijke deskundige is, is niet aannemelijk geworden. De rechtbank ziet geen reden om zelf deskundigen te benoemen.
4. Uit 3.8 en 3.9 volgt dat het beroep ongegrond is. Dit betekent dat de afwijzing in stand blijft
5.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Paridon, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Goederee, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2023.
griffier
Rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
zie de tussenuitspraak van de CRvB van 21 maart 2018; ECLI:NL:CRVB:2018:819