Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-06-07
ECLI:NL:RBDHA:2023:8573
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
699 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/7153 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[naam opposant], opposant
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. F. Boone).
Procesverloop
Bij uitspraak van 30 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:4783, heeft de rechtbank het beroep van opposant kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Opposant heeft verzet gedaan tegen deze uitspraak.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:55, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
1. De rechtbank heeft uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Awb biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. In verzet beoordeelt de rechtbank of zij terecht tot een kennelijk oordeel is gekomen. Als er in verzet argumenten naar voren worden gebracht die in het geval van een normale behandeling ook hadden kunnen worden aangevoerd, dient te worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de uitkomst.
Beoordeling
3. In het verzetschrift, ingediend op 10 mei 2023, voert opposant aan dat het formulier ter onderbouwing van de betalingsonmacht wel degelijk is opgestuurd aan de rechtbank. Als bijlage is een kopie van een e-mail van 9 december 2022 overgelegd, met als bijlage het ingevulde en ondertekende formulier. De e-mail is kennelijk verzonden aan een mailbox van de rechtbank Midden-Nederland en niet doorgezonden aan de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waar de zaak diende.
4. De rechtbank overweegt dat de genoemde e-mail en de onderbouwing van het beroep op betalingsonmacht waarschijnlijk aan bod zou zijn gekomen, mocht er toch een zitting zijn gepland. Onder deze omstandigheden had de rechtbank niet tot een kennelijk oordeel kunnen komen, aangezien het beroep op betalingsonmacht naar het zich laat aanzien aan de vereisten voldoet.
5. Het verzet is dus gegrond. Dat betekent dat de uitspraak van 30 maart 2023 vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin zich dat bevond voordat de aangevallen uitspraak werd gedaan.
Dictum
De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr.S.S. van der Velde, griffier, op de hier onder vermelde datum en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak staat voor zover daarbij is beslist op het verzet geen hoger beroep of verzet open.