Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-05-26
ECLI:NL:RBDHA:2023:8518
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,583 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.26510
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. P.E.J.M. Bartels),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. Y. Rikken).
Procesverloop
Bij besluit van 29 november 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 20 april 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen R. Obasuyi Igiagbe. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Inleiding
1. Eiser stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2000. Eiser heeft op 15 april 2021 een asielaanvraag ingediend. Aan zijn asielaanvraag heeft eiser ten grondslag gelegd dat hij in Nigeria is aangevallen door herders en Boko Haram. De herders werken samen met Boko Haram en hebben zijn moeder vermoord. Eiser is vervolgens gevlucht uit Nigeria, omdat hij bang was dat de herders en Boko Haram hem ook zouden vermoorden. Verder heeft eiser aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij homoseksueel is en daardoor niet terug kan keren naar Nigeria.
Het bestreden besluit
2. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:
- Identiteit, nationaliteit en herkomst;
- Aanval door herders van Boko Haram;
- Problemen met de herders van Boko Haram en de Nigeriaanse politie;
- Homoseksuele geaardheid.
3. Verweerder heeft zich hierover op het standpunt gesteld dat het eerste relevante element geloofwaardig wordt geacht. De aanval van eiser door herders van Boko Haram en de daaruit voortvloeiende problemen met de herders en Nigeriaanse politie heeft verweerder niet geloofwaardig geacht. Eiser woont namelijk in het deel van Nigeria waar de Nigeriaanse autoriteiten aan de macht zijn en Boko Haram niet. Verder heeft eiser vaag en tegenstrijdig verklaard over deze aanval en kon hij zijn verklaringen niet onderbouwen. Mede hierom heeft verweerder deze elementen niet geloofwaardig bevonden.
Verder heeft verweerder ook de homoseksuele geaardheid van eiser niet geloofwaardig geacht. Eiser heeft hier volgens verweerder te summier en oppervlakkig over verklaard. Eiser heeft zijn homoseksuele geaardheid niet aannemelijk gemaakt. Verweerder concludeert daarom dat de asielaanvraag van eiser wordt afgewezen als ongegrond, op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser is het hier niet mee eens.
Aanval door herders van Boko Haram en daaruit voortvloeiende problemen
4. Eiser voert aan dat het feit dat Boko Haram in Benue State niet officieel aan de macht is, niet betekent dat leden van Boko Haram in dat gebied in het geheel niet actief kunnen zijn. In het nader gehoor heeft eiser verklaard dat er leden van Boko Haram onder de herders waren die eiser en zijn moeder aanvielen en er waren ook Boko Haram leden werkzaam bij de politie. Daarbij komt dat volgens eiser uit het Algemeen Ambtsbericht over Nigeria van 27 juni 20181 in samenhang met het artikel van Worldwatchmonitor: ‘Who are the Fulani’ volgt dat er in de Noord-Centraal zone, waar eiser vandaan komt, al jarenlang een gewelddadig conflict gaande is tussen de Islamitische Fulani herders en christelijke boeren en dat leden van Boko Haram zich mengen tussen de Fulani herders.
Verder is het door eiser overgelegde artikel van The Nigerian Observer: “Unending Herdsmen Attacks: Many Travails Of [eiser] ” volgens verweerder op 31 maart 2021 voor het eerst is aangemaakt óf aangepast. Als het artikel op 31 maart 2021 is aangepast, impliceert dat dat het artikel eerder is aangemaakt. De inhoud van dit artikel komt volgens eiser ook overeen met zijn verklaringen over het moment waarop de herders weggingen. In het nader gehoor heeft eiser uitgelegd dat de herders al weg waren toen de man hem kwam helpen en heeft hij ook uitleg gegeven over het moment waarop hij erachter kwam dat zijn moeder was overleden.2 Tijdens zijn vrije relaas heeft eiser de aanval op zijn moeder beschreven zoals hij het destijds heeft ervaren. Toen verweerder later in het gehoor vragen stelde over de aanval en de gebeurtenissen daarna heeft eiser verteld hoe de aanval daadwerkelijk is verlopen en dat hij aanwezig was bij het overlijden van zijn moeder.
Daarom is er volgens eiser geen sprake van tegenstrijdigheid. Eiser heeft ook een trauma opgelopen door de gebeurtenissen in Nigeria. Hiervoor is hij onder behandeling bij een
1. Zie pagina 14 van het Algemeen Ambtsbericht over Nigeria van 27 juni 2018.
2 Zie pagina 19 en 20 van het nader gehoor.
psycholoog. Dat verklaart mogelijk ook waarom eiser volgens verweerder op sommige punten tegenstrijdig heeft verklaard.
5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de gestelde aanval en verdere problemen van eiser met de herders en leden van Boko Haram niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Uit het Algemeen Ambtsbericht van januari 2023 blijkt nog steeds dat Boko Haram voornamelijk in Noordoost Nigeria actief is.3 Benue State bevindt zich in de Noord-Centrale zone van Nigeria. De Nigeriaanse autoriteiten hebben daar de controle. Dat is ook gebleken uit de omstandigheid dat eiser stelt aangifte bij de lokale politie te hebben gedaan. Dat Boko Haram ook actief kan zijn in andere gebieden dan alleen het Noordoosten van Nigeria heeft eiser onvoldoende onderbouwd. Eiser verwijst daarvoor enkel naar een artikel van Worldwatchmonitor. Met de verwijzing naar dit artikel heeft eiser echter niet aannemelijk gemaakt dat de aanvallers ook leden waren van Boko Haram. De beroepsgrond slaagt niet.
6. Eiser heeft niet weersproken dat in Nigeria sprake is van “brown envelop journalism” wat inhoudt dat het in Nigeria mogelijk is om tegen betaling krantenartikelen te laten plaatsen. Uit openbare landeninformatie blijkt dat de Nigerian Observer niet gezien wordt als objectieve en verifieerbare bron.
Uit de openbare bronnen Webarchive en Wayback machine, waarvan verweerder een screenshot overgelegd heeft, blijkt dat de directe link naar het artikel één keer opgeslagen is op 31 maart 2021. Dit sluit de mogelijkheid dat het artikel op eerdere datum gepubliceerd is uit. Aangezien de gestelde aanval in 2016 plaatsgevonden zou hebben doet het de vraag rijzen met welke reden een krant een gebeurtenis van vijf jaar oud zou publiceren.
Verder heeft verweerder eiser kunnen tegenwerpen dat er tegenstrijdigheden zijn tussen zijn asielrelaas en de inhoud van het krantenartikel. De enkele herhaling van zijn stelling dat hij al in de zienswijze heeft uitgelegd dat de herders al weg waren toen de man hem kwam helpen, maakt het vorenstaande niet anders. Verweerder heeft eiser kunnen tegenwerpen dat hij na de gestelde aanval een interview gaf en daarmee zelf verantwoordelijk is voor publicatie ervan en de bijbehorende risico’s.
Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat eiser de gestelde aanval met het
krantenartikel niet heeft kunnen onderbouwen.
7. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank op het standpunt heeft mogen stellen dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over de gestelde aanval door de herders van Boko Haram. In zijn vrije relaas heeft eiser gezegd: ‘Ik was met mijn moeder meegenomen naar het ziekenhuis. Ik was in het ziekenhuis. Niemand had mij verteld dat mijn moeder is overleden.’4 Eiser verklaarde twee weken in het ziekenhuis gelegen te
hebben. Eiser verklaarde over de periode nadien: ‘Toen ik bij de voorkant van het huis kwam
heb ik het graf gezien. Ik heb gevraagd wie daar lag. Ze zeiden dat mijn moeder was overleden op de dag dat ze mij naar het ziekenhuis brachten.’5 Later in het nader gehoor zegt eiser dat zijn moeder op de boerderij was overleden. Hij probeerde haar te helpen, maar er “was geen leven meer”. 6 Op de vraag of eisers moeder al overleden was voordat de man kwam die eiser riep om te helpen antwoordt eiser: ‘Toen mijn moeder was geschoten en de herders weg waren, ging ik kijken of zij nog leefde. Ik wist niet zeker of zij was overleden.
3 Zie pagina 12 en 13 van het Algemeen Ambtsbericht over Nigeria van januari 2023.
4 Zie pagina 7 van het nader gehoor.
5 Zie pagina 7 van het nader gehoor.
6 Zie pagina 19 van het nader gehoor.
Toen riep ik om hulp.
Conclusie
11. De rechtbank concludeert, na beoordeling van de beroepsgronden, dat verweerder de aanval door herders en leden van Boko Haram, de daaruit voortvloeiende problemen en
7 Zie pagina 19 van het nader gehoor.
de homoseksuele geaardheid van eiser niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft gevonden. De aanvraag is daarom terecht afgewezen als ongegrond.
12. Het beroep is ongegrond.
13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
26 mei 2023
Documentcode: [documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.