Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-06-06
ECLI:NL:RBDHA:2023:8400
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
965 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.11335
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. A. Heida),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: C.W.M. van Breda).
Procesverloop
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 1 juni 2023 op zitting behandeld. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. De asielaanvraag van eiser is afgewezen omdat eisers verklaringen volgens verweerder geen aanknopingspunten hebben met de gronden voor verlening. Eiser beroept zich namelijk uitsluitend op zijn sociaal-economische omstandigheden in Senegal. Verder is Senegal voor eiser een veilig land van herkomst.
2. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat zijn verklaringen over het vinden van werk en de onmogelijkheid om in Senegal in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien, als relevante elementen hadden moeten worden beoordeeld. Sociaal-economische omstandigheden waarop eiser zich beroept zijn niet op voorhand te beschouwen als een relevant element. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat zich in zijn geval een uitzonderlijke situatie voordoet waardoor zijn omstandigheden bij terugkeer wel een relevant element op zouden kunnen opleveren.
3. De vergelijking die eiser maakt met het arrest Sufi en Elmi gaat in zoverre niet op dat in Senegal geen sprake is van humanitaire problematiek als gevolg van een gewapend conflict. De vergelijking met het arrest Jawo gaat mank, omdat hier niet de vraag aan de orde is of eisers verdragsrechten in een andere lidstaat zullen worden gerespecteerd.
4. Voor zover eiser los hiervan betoogt dat hij bij terugkeer in Senegal terecht zal komen in een situatie waarin hij verstoken zal blijven van de meest basale levensbehoeften en dat de Senegalese overheid hier onverschillig tegenover staat, heeft hij dat niet onderbouwd en dus niet aannemelijk gemaakt. Zoals verweerder terecht opmerkt blijkt uit eisers verklaringen dat eiser in Senegal een nationale ID-kaart had en scholing en werk heeft gehad.
5. Dat eisers sociaal-economische omstandigheden naar zijn mening te wensen over lieten, maakt nog niet dat hij aannemelijk heeft gemaakt dat hij na zijn terugkeer naar Senegal in een situatie van verregaande materiële deprivatie zal komen te verkeren.
6. Eiser heeft met wat hij heeft aangevoerd evenmin aannemelijk gemaakt dat Senegal voor hem geen veilig land is.
7. Het beroep is ongegrond.
8. Verweerder hoeft de door eiser gemaakte proceskosten niet te vergoeden.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2023 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Gevoegde zaken 8319/07 en 11449/07 van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, arrest van 28 juni 2011, JV 2011/332.
Zaak C-163/17 van het Hof van Justitie van de Europese Unie, arrest van 19 maart 2019, ECLI:C:EU:2019:2018