Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-06-08
ECLI:NL:RBDHA:2023:8363
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
614 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.23037
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoeker,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. S.A.S. Jansen),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. J.P.M. Wuite).
Procesverloop
Bij besluit van 10 november 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder ambtshalve bepaald dat aan verzoeker geen uitstel van vertrek wordt verleend, als bedoeld in artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 2 maart 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingediend. Het beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL23.9794.
De rechtbank heeft het beroep samen met het verzoek op 31 mei 2023 op zitting behandeld. Verzoeker en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Ook is de moeder van verzoeker, evenals een tolk verschenen. Het onderzoek is ter zitting gesloten.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is een verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk als er ook een bezwaar of beroep aanhangig is. Op grond van het vijfde lid wordt het verzoek om voorlopige voorziening hangende het bezwaar gelijkgesteld met een verzoek dat wordt gedaan hangende het beroep bij de bestuursrechter.
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep van verzoeker. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.M. Schuiling, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.