Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-06-01
ECLI:NL:RBDHA:2023:8057
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
796 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.15395
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], verzoekster
V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. F.J.E. Hogewind),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Verzoekster heeft op 9 augustus 2022 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 24 oktober 2021.
Bij besluit van 6 december 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster ingewilligd.
Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Ingevolge artikel 6:12, tweede lid en onder b, van de Awb kan een beroepschrift worden ingediend zodra twee weken zijn verstreken na de dag waarop de belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk in gebreke heeft gesteld. In dit geval ving de termijn aan op 24 oktober 2021 en viel de laatste dag van deze termijn op 24 april 2022. Verzoekster heeft verweerder op 26 juli 2022 in gebreke gesteld. Verweerder heeft deze op 27 juli 2022 ontvangen. Het beroepschrift is ingediend op 9 augustus 2022. De termijn van twee weken was toen nog niet verstreken. Het beroepschrift is dus te vroeg ingediend. De rechtbank zou het beroep daarom niet-ontvankelijk hebben verklaard als het niet was ingetrokken. Hieruit volgt dat het verzoek van verzoeker om verweerder te veroordelen in de proceskosten niet voor inwilliging in aanmerking komt.
4. De rechtbank wijst het verzoek af als kennelijk ongegrond.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr.R. de Mul, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Algemene wet bestuursrecht.