Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-05-23
ECLI:NL:RBDHA:2023:7968
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
1,459 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.8015
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker]
, verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J.A. Pieters),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A.A. Wildeboer).
Procesverloop
In het besluit van 1 maart 2023 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij [referente] (referente) afgewezen.
Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 17 mei 2023 op zitting behandeld. Verzoeker en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
2. Verzoeker heeft een voorlopige voorziening ingediend omdat referente een levertransplantatie heeft ondergaan. Hij wil haar emotioneel en praktisch bijstaan als hij in Nederland is. Daarom verzoekt verzoeker om een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat verweerder wordt opgedragen om binnen twee weken verzoeker en zijn dochter een mvv te verlenen of hen te behandelen als ware zij in het bezit van een mvv.
3. De voorzieningenrechter overweegt dat toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening, door op te dragen aan verzoeker en zijn dochter een mvv te verlenen of hen als ware zij in het bezit van een mvv zijn te behandelen, feitelijk een voorlopig karakter ontbeert. Uit het systeem van de wet- en regelgeving volgt dat een vreemdeling in zijn land van herkomst een mvv dient aan te vragen, alvorens hij Nederland kan inreizen. Toewijzing van deze voorlopige voorziening zou betekenen dat verzoeker en
zijn dochter Nederland in kunnen reizen, zodat de feitelijke situatie ontstaat die zij met hun aanvraag beogen, terwijl verweerder nog niet op het bezwaar heeft beslist. De gevolgen van toewijzing van de voorlopige voorziening zijn dan ook onomkeerbaar. Alleen in zeer bijzondere omstandigheden zal een dergelijk verzoek voor toewijzing in aanmerking komen. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als een zwaarwegend spoedeisend belang daartoe noodzaakt en sterk getwijfeld moet worden aan de rechtmatigheid van het besluit.
4. Ten aanzien van de rechtmatigheid van het bestreden besluit merkt de voorzieningenrechter op dat verweerder ten onrechte het inburgeringsvereiste1 heeft tegengeworpen aan verzoeker. Het inburgeringsvereiste geldt namelijk niet voor mensen met de Surinaamse nationaliteit die hebben aangetoond lager onderwijs in de Nederlandse taal te hebben gevolgd.2 Dat kan aangetoond worden met een schooldiploma of getuigschrift waaruit blijkt dat tenminste lagere school in de Nederlandse taal is afgerond, voorzien van een apostille.3 Verzoeker heeft de Surinaamse nationaliteit en heeft een diploma (voorzien van een apostille) overgelegd waaruit volgt dat hij ten minste lagere school in de Nederlandse taal heeft afgerond. Dit is tussen partijen ook niet in geschil. Uit de wet- en regelgeving volgt dan echter dus dat van verzoeker niet verlangd kan worden dat hij voldoet aan het inburgeringsvereiste. Dit betekent evenwel nog niet automatisch dat verzoeker in aanmerking komt voor een mvv. Verweerder moet namelijk ook nog aan de andere voorwaarden voor de mvv toetsen. Dat heeft verweerder in het bestreden besluit nog niet gedaan. Dat betekent dat dus niet vaststaat dat de beslissing van verweerder om verzoeker geen mvv te verstrekken, onjuist is.
5. Bovendien is er geen sprake van een zwaarwegend spoedeisend belang. Ter zitting heeft verzoeker toegelicht dat de zus van referente voor referente zorgt en dat de komst van verzoeker voornamelijk bedoeld is voor emotionele support. Dit is onvoldoende om nu spoedeisend belang aan te nemen waardoor verzoeker naar Nederland moet komen. Daarnaast heeft verzoeker ter zitting verzocht om aanhouding van de zaak in afwachting van de hoorzitting die gepland is op 7 juni 2023. Dit verzoek benadrukt dat er geen sprake is van zodanige spoed dat er nu een voorziening getroffen moet worden.
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A.M. Elzakkers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra - Foppen, griffier.
1. Zie artikel 16, eerste lid, onder h, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2 Zie artikel 16, derde lid, van de Vw.
3 Zie artikel 3.13, onder b, van het Voorschrift Vreemdelingen (VV). Zie daarnaast ook de Werkinstructie 2021/21 Inburgering in het buitenland, waarin bij de beschrijving van de vrijstelling van het inburgeringsvereiste op grond van het Besluit inburgering 2013 en de Regeling inburgering 2021 expliciet is opgenomen dat voor personen met de Surinaamse nationaliteit het gunstige beleid van artikel 3.13 van het VV geldt.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
23 mei 2023
Documentcode: [documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.