Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-05-24
ECLI:NL:RBDHA:2023:7630
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
698 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/5282
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
V-nummer: [nummer]
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 7 juli 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
1. Eiser vermeldt op het beroepschrift dat hij beroep instelt tegen een besluit van 2 augustus 2022. Ondanks een verzoek daartoe van de rechtbank, heeft eiser het besluit waarop zijn beroepschrift ziet niet toegezonden. In de door verweerder toegezonden stukken uit de bestuurlijke fase bevindt zich geen besluit van 2 augustus 2022.
2. Uit het door eiser op het beroepschrift vermelde IND-zaaknummer kan de rechtbank afleiden dat het beroep ziet op het besluit op bezwaar van 7 juli 2022. Daartegen heeft eiser echter reeds eerder beroep (AWB 22/4647) ingesteld.
3. De bestuursrechter is niet bevoegd om een tweede keer over dezelfde zaak te oordelen. De rechtbank is dan ook kennelijk onbevoegd om van dit beroep kennis te nemen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, op de hieronder vermelde datum en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.