Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-05-03
ECLI:NL:RBDHA:2023:6395
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,625 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Inloopteam bestuursrecht
zaaknummer: SGR 22/2026
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
(gemachtigde: mr. R.E. Zalm),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het UWV), verweerder
(gemachtigde: mr. M.A. Bakker).
Aan dit geding heeft verder deelgenomen:
Onderlinge Waarborgmaatschappij Zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid, gevestigd in Leiden, derde partij (hierna: werkgever)
(gemachtigde: mr. R.A.J. Nieuwmans).
Inleiding
Het UWV heeft de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) afgewezen, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
In bezwaar is het UWV bij dit besluit gebleven.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen deze beslissing op bezwaar (het bestreden besluit) van 28 februari 2022.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts B&B).
De werkgever heeft schriftelijk gereageerd.
Eiseres heeft nadere stukken ingediend.
De werkgever heeft verklaard als derde-partij aan het geding te willen deelnemen. Eiseres heeft geen toestemming gegeven om medische gegevens te delen met haar werkgever. De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist dat alleen de gemachtigde van de werkgever van de medische stukken kennis mag nemen. De rechtbank zal in de uitspraak zo min mogelijk medische informatie opnemen, om te voorkomen dat de werkgever alsnog kennisneemt van de medische situatie van eiseres.
De rechtbank heeft het beroep op 11 april 2023 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van het UWV en de gemachtigde van de werkgever.
Wat ging aan deze procedure vooraf
1. Eiseres heeft voor het laatst gewerkt als medewerker declaraties voor gemiddeld 27,82 uur per week. Op 2 juli 2019 heeft eiseres zich ziekgemeld voor dit werk vanwege gezondheidsklachten.
2. Eiseres heeft een aanvraag voor een uitkering op grond van de Wet WIA gedaan. Het UWV heeft na medisch en arbeidskundig onderzoek de besluiten genomen die in de inleiding zijn genoemd.
Wat vindt het UWV
3. Het UWV vindt dat eiseres op 29 juni 2021 voor 28,20% arbeidsongeschikt is en heeft daarom geweigerd om aan eiseres een WIA-uitkering toe te kennen.
4. Het UWV heeft de medische grondslag van het bestreden besluit gebaseerd op het rapport van een verzekeringsarts B&B van 8 februari 2022. De medische belastbaarheid van eiseres is opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 4 oktober 2021.
5. Het UWV heeft de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit gebaseerd op het rapport van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige B&B) van 25 februari 2022.
Wat vindt eiseres
6. Eiseres is het niet eens met het UWV. Allereerst verzoekt eiseres de rechtbank de door haar in bezwaar aangevoerde gronden als herhaald en ingelast te beschouwen. Daarnaast voert zij in beroep aan dat er onvoldoende beperkingen zijn opgenomen in FML. Volgens eiseres dienen verdergaande beperkingen te worden opgenomen in de FML voor persoonlijk functioneren, sociaal functioneren, fysieke omgevingseisen, dynamische handelingen en statische houdingen. Ook stelt zij dat een verdergaande urenbeperking aan de orde is. Zij geeft ook aan dat haar medische situatie na de beoordeling door de verzekeringsarts is verslechterd. Daarnaast is eiseres van mening dat bepaalde klachten tijdens het gesprek met de verzekeringsarts niet voldoende besproken zijn en dat haar ziektebeeld en haar dagverhaal onvoldoende in de rapportages van de verzekeringsarts naar voren komen. Eiseres voert verder aan dat diverse protocollen met betrekking tot haar ziektebeelden ten onrechte niet gevolgd zijn door de verzekeringsarts. Om die reden vindt zij het onderzoek door de verzekeringsarts en de verzekeringsarts B&B onzorgvuldig. Daarnaast lijken volgens eiseres de conclusies van expertisebureau Psyon te verschillen van de conclusies van de behandelaars. Om die reden had een fysiek onderzoek door de verzekeringsarts B&B moeten plaatsvinden. Volgens eiseres is er aanleiding om een deskundige te benoemen, omdat volgens haar behandelaar meer beperkingen opgenomen zouden moeten worden in de FML. In het aanvullend beroepschrift van 3 maart 2023 en ter zitting wijst eiseres op een medische brief van 27 december 2022 waaruit volgens haar de ernst van haar klachten blijkt. Volgens eiseres is de informatie uit de medische brief een uitwerking van hoe het in het verleden is geweest. De brief ziet volgens haar dus ook op de datum in geding. Verder voert zij aan dat bij haar recent nieuwe diagnoses zijn gesteld en dat zij binnen twee maanden gedurende een langere periode een intensieve behandeling zal volgen.
7. Eiseres is van oordeel dat zij alle geduide functies niet kan verrichten omdat haar belastbaarheid hierin wordt overschreden op de aspecten: deadlines, geluid, afleiding door anderen en eigen gevoelens uiten. Ten slotte voert eiseres onder verwijzing naar artikel 9, aanhef en onder c, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (hierna: Schattingsbesluit) aan dat van een werkgever in redelijkheid niet kan worden verwacht de nodige voorzieningen te treffen.
Wat vindt de werkgever
8. De werkgever sluit zich aan bij de conclusies en overwegingen van de verzekeringsarts B&B.
Wat vindt de rechtbank
9. De vraag is of het UWV terecht stelt dat eiseres geen recht heeft op een uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank moet die vraag beantwoorden aan de hand van wat eiseres daartegen in heeft gebracht. Belangrijk punt is dat het gaat om de medische toestand van eiseres op 29 juni 2021 en de vraag welke beperkingen daaruit volgen.
10. Voor zover eiseres in haar beroepschrift verwijst naar dat wat zij in bezwaar heeft aangevoerd, overweegt de rechtbank dat het aan eiseres is om in beroep gemotiveerd en specifiek aan te voeren waarom zij het niet eens is met het bestreden besluit. De verwijzing naar het bezwaarschrift wordt niet als zo’n gemotiveerde en specifieke betwisting opgevat. Daarop is immers gereageerd in het bestreden besluit. Eiseres zal dus moeten aanvoeren waarom zij het met die reactie niet eens is. Gelet hierop zal de rechtbank de beoordeling van het beroep plaatsen in het licht van de in beroep nader uitgewerkte gronden en niet in het licht van hetgeen in bezwaar is aangevoerd.
11. De rechtbank vindt dat het UWV terecht heeft beslist dat eiseres op 29 juni 2021 minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dus geen recht heeft op een WIA-uitkering. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Medische grondslag van het bestreden besluit
Het onderzoek
12. Anders dan eiseres is de rechtbank van oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig is verricht. De verzekeringsarts B&B heeft kennis genomen van het dossier, waaronder het rapport van de verzekeringsarts van 12 juli 2021 met daarin haar bevindingen uit eigen onderzoek, en het bezwaar van eiseres. Daarnaast heeft zij de door eiseres ingebrachte medische informatie meegewogen in haar beoordeling. De rechtbank vindt verder dat de verzekeringsarts B&B op een zorgvuldige en duidelijke manier de naar voren gebrachte klachten heeft betrokken bij de medische beoordeling.
Beoordeling
16. De rechtbank is verder van oordeel dat de verzekeringsarts B&B de medische belastbaarheid van eiseres op 29 juni 2021 in de rapporten van 8 februari 2022 en 14 februari 2023 op inhoudelijk overtuigende wijze en zonder tegenstrijdigheden heeft gemotiveerd.
17. De verzekeringsarts B&B heeft in de rapporten voldoende gemotiveerd waarom er geen reden is voor het aannemen van meer beperkingen op het gebied van het persoonlijk en sociaal functioneren en de fysieke belastbaarheid van eiseres. Ook heeft zij hierin voldoende gemotiveerd waarom zij geen aanleiding ziet voor een verdergaande urenbeperking vanwege het dagverhaal van eiseres waaruit blijkt dat zij een vrij gevulde dag zonder recuperatie heeft. De verzekeringsarts B&B heeft in het rapport van 14 februari 2023 toegelicht dat sprake is van een discrepantie tussen de conclusies van de behandelaars en de klachten die eiseres claimt enerzijds en de bevindingen van de primaire verzekeringsarts anderzijds en dat om die reden het UWV een onderzoek door Psyon heeft laten instellen. Volgens de verzekeringsarts is het expertise-onderzoek leidend omdat hierbij sprake is van een andere benadering dan onderzoek in behandelsetting. Er is gekeken naar plausibiliteit en eventuele aanwezigheid van malingering. Dat gebeurt niet in een behandelsetting maar zijn wel zaken die van belang zijn in het kader van de verzekeringsgeneeskundige beoordeling. Daarnaast is in het expertise-onderzoek het gehele beeld met voorgeschiedenis van behandelingen geëvalueerd waarbij er uit het rapport van Psyon aanbevelingen zijn gekomen voor behandeling. Volgens de verzekeringsarts B&B is er daarom geen reden om te twijfelen aan de kwaliteit van het rapport van Psyon. Verder heeft de verzekeringsarts B&B toegelicht dat zowel uit de bevindingen van de primaire verzekeringsarts als uit de bevindingen van Psyon is gebleken dat eiseres geen extra recuperatiemomenten dan wel recuperatiebehoeften heeft naar aanleiding van het volgen van behandeling. Ook de intensiteit van de behandeling per datum in geding is niet zodanig dat eiseres dit per definitie niet zou kunnen combineren met arbeid. Om deze redenen is volgens de verzekeringsarts B&B een urenbeperking in verband met het volgen van behandeling niet van toepassing. De rechtbank kan dit volgen.
18. De rechtbank is van oordeel dat het UWV voldoende heeft onderbouwd dat er geen aanleiding is voor meer beperkingen in de FML. De medische brief van 27 december 2022 die eiseres in beroep heeft ingediend, leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank volgt het UWV in de stelling dat deze brief dateert van na de datum in geding en dat zonder nadere medische onderbouwing niet kan worden vastgesteld dat de inhoud van de brief ook van toepassing is op de datum in geding. De stelling van eiseres dat bij haar nieuwe diagnoses zijn gesteld en dat zij op korte termijn voor een langere periode een intensieve therapie zal volgen, heeft zij niet met medische stukken onderbouwd. Deze stelling kan daarom evenmin tot een ander oordeel leiden.
19. De rechtbank vindt dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat eiseres op 29 juni 2021 in staat moet worden geacht arbeid te verrichten als daarbij rekening wordt gehouden met de beperkingen die door de verzekeringsarts B&B zijn vastgesteld. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om een onafhankelijk deskundige te benoemen, zoals eiseres heeft verzocht.
Arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit
20. Uitgaande van de juistheid van de medische beperkingen die bij eiseres zijn vastgesteld, ziet de rechtbank in wat eiseres heeft aangevoerd geen reden om de geschiktheid van de geduide functies in twijfel te trekken.
21. De stelling van eiseres dat zij de functies gezien haar klachten en beperkingen niet kan verrichten is in feite gericht tegen de vastgestelde FML. De rechtbank heeft hiervoor al geoordeeld dat er geen reden is om aan die vaststelling te twijfelen. Ook de stelling van eiseres dat sprake is van strijd met artikel 9, aanhef en onder c, van het Schattingsbesluit, volgt de rechtbank niet. Niet gebleken is dat eiseres de geselecteerde functies slechts kan verrichten na toepassing van zodanige voorzieningen die in redelijkheid niet van de werkgever kunnen worden gevraagd.
22. De arbeidsdeskundige B&B heeft berekend dat eiseres op 29 juni 2021 met de middelste van de drie geduide functies 71,80% kan verdienen van het loon dat zij verdiende met haar eigen werk, zodat zij voor de overige 28,20% arbeidsongeschikt is.
Conclusie
23. Het UWV heeft terecht geweigerd om eiseres per 29 juni 2021 een WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij per die datum minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
24. Het beroep van eiseres is ongegrond. Dit betekent dat zij geen gelijk krijgt. Omdat eiseres in beroep geen gelijk krijgt, worden de door haar gemaakte proceskosten of het betaalde griffierecht niet vergoed.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 3 mei 2023 door mr. S.E.C. Debets, rechter, in aanwezigheid van mr. C.J. Kroon, griffier.
griffier
rechter
De uitspraak is verzonden op
en zal binnen een week na deze datum openbaar gemaakt worden door publicatie op rechtspraak.nl.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 11 januari 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:39.
Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de CRvB van 7 mei 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2598 en 24 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1407.