Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2023-07-05
ECLI:NL:RBDHA:2023:22390
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Den Haag Zaaknummer: 9796126 \ RP VERZ 22-50162 5 juli 2023 Vonnis van de kantonrechter inzake het verzoek ex artikel 96 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in de zaak van [verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster, zonder gemachtigde, tegen [medeverzoeker 1] , te [woonplaats] , [medeverzoeker 2] , te [woonplaats] , medeverzoekers, zonder gemachtigde. Partijen worden hierna respectievelijk [verzoekster] , [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] genoemd. 1 De procedure 1.1. [verzoekster] heeft in overeenstemming met het procesreglement Project Wijkrechter een aanmeldformulier ingediend. Beide partijen hebben ingestemd met een procedure onder de naam “De Wijkrechter”. Op deze procedure is het Procesreglement Project Wijkrechter van toepassing. De procedure wordt gevoerd bij de kantonrechter, hierna ook aangeduid als “de wijkrechter”. 1.2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft met instemming van partijen op 16 juni 2022 bij de rechtbank in Den Haag plaatsgevonden. Daarbij zijn [verzoekster] en [medeverzoeker 1] verschenen. De mondelinge behandeling is vervolgens op 26 augustus 2022 voortgezet bij de rechtbank in Den Haag. Daarbij zijn alle partijen verschenen. Beide partijen hebben tijdens deze zittingen hun standpunten toegelicht. Van beide zittingen is proces-verbaal opgemaakt. 1.3. [verzoekster] heeft de wijkrechter gevraagd om schriftelijk een uitspraak te doen. De wijkrechter heeft de uitspraak bepaald op vandaag. [verzoekster] heeft op het aanmeldformulier schriftelijk kenbaar gemaakt de mogelijkheid van hoger beroep te willen openhouden. [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] hebben daarom ook het recht om van deze uitspraak in hoger beroep te gaan. Voor een eventueel hoger beroep geldt dat partijen zich moeten laten bijstaan door een advocaat en dat zij de reguliere griffiekosten voor de procedure in hoger beroep dienen te betalen. 2 De feiten 2.1. [verzoekster] woont op de begane grond aan de [adres] in [woonplaats] . [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] wonen samen met hun twee kinderen op nummer [huisnummer] boven [verzoekster] . [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] woonden er als eerste. Daarna is er [verzoekster] er komen wonen. 2.2. Partijen zijn de enige twee leden van de Vereniging van Eigenaars (VvE). 2.3. De woningen dateren uit het begin van de twintigste eeuw en bestaan uit houten skeletbouw. De woning van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] op de eerste etage bestaat uit een woonkamer, keuken, wc, gang en terras. [verzoekster] heeft dezelfde indeling op de begane grond. [verzoekster] heeft alleen geen terras. Onder het terras van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] bevindt zich de slaapkamer van [verzoekster] . In de woonkamer en hal van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] ligt een eikenhoutenvloer. In hun keuken ligt een gietvloer. Op het terras liggen rubberen tegels met daarop houten planken. 3 Het gezamenlijk verzoek; de standpunten van partijen 3.1. Partijen hebben de wijkrechter op grond van artikel 96 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) gevraagd een oordeel te geven over hun geschil. De wijkrechter formuleert de vragen, waarover partijen een oordeel willen, als volgt: - is in de woning van [verzoekster] sprake van onrechtmatige geluidshinder die wordt veroorzaakt vanuit de woning van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] ? - als sprake is van geluidshinder, welke maatregelen moeten dan worden genomen om de hinder tot een acceptabel niveau te reduceren? 3.2. Aan hun verzoek hebben partijen - zakelijk weergegeven en voor zover van belang in deze zaak - het volgende ten grondslag gelegd. Het standpunt van [verzoekster] 3.3. [verzoekster] heeft last van geluidshinder vanuit de woning van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] . In april 2022 speelt dit al zeker drie jaar. De geluidshinder bestaat uit contact- en luchtgeluid. Onder contactgeluid wordt het geluid verstaan dat door trillingen in de constructie wordt veroorzaa De vloer in de woonkamer en gang van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] bestaat uit (van boven naar onder): - 16 mm parketvloer; - 9 mm OSB-beplating; - 4 mm ondervloer; - 24 mm houten plaat; - houten balklaag gevuld met cellulose; - houten plaat. 4.5.2. De vloer in de keuken bestaat uit dezelfde componenten maar in plaats van de 16 mm parketvloer ligt er een 3 mm gietvloer. 4.5.3. De vloer van het terras bestaat uit (van boven naar onder): - rubberen tegels; - bitumen; - houten beplating; - houten balklaag met isolatie; - houten beplating. 4.5.4. Bij [verzoekster] bevindt zich onder de woonkamer en keuken van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] een verlaagd plafond op houten regels met minerale wol en twee keer gipsbeplating. 4.5.5. STAB heeft in verband met het contactgeluid gemeten bij [verzoekster] : a. woonkamer: 56 dB en +22 dB isolatie in de bovengelegen woonkamer; b. keuken: 66 dB en + 12 dB isolatie in de bovengelegen keuken; c. gang: 70 dB en + 8 dB isolatie in de bovengelegen gang. d. slaapkamer: 61 dB en +17 dB isolatie op het bovengelegen terras, 4.5.6. STAB heeft in verband met luchtgeluid gemeten bij [verzoekster] : a. woonkamer: 52 dB vanuit de bovengelegen woonkamer; b. keuken: 48 dB vanuit in de bovengelegen keuken; c. gang: 46 vanuit de bovengelegen gang. 4.5.7. Over de door partijen genomen maatregelen om geluidshinder te verminderen staat in het onderzoeksverslag van STAB op pagina 7 van de bijlage: ” Wat mij opviel tijdens de inspectie van de vloer is dat zowel het parket als de OSB-beplating op meerdere plekken strak tegen de constructie is aangelegd waardoor de ondervloer nauwelijks effect heeft. Het verlaagde plafond is niet los gehouden van de constructie. Daarnaast is het verlaagde plafond niet met een veerregel uitgevoerd. ” Wat zijn de gangbare normen/richtlijnen voor contact- en luchtgeluid (1e onderzoeksvraag)? 4.6. De wijkrechter kan bij de vaststelling van gangbare normen of richtlijnen niet aansluiten bij de door Ing. Baris geopperde normen uit het Activiteitenbesluit. De geluidsnormen uit die regeling beogen namelijk bescherming te bieden tegen het geluid dat wordt veroorzaakt door “elke door de mens bedrijfsmatige of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid”. Het Activiteitenbesluit ziet dus op bedrijfsmatige geluidshinder en niet op contact- en luchtgeluid die bewoners ervaren van het normale woongedrag van andere bewoners binnen hetzelfde pand. 4.7. STAB concludeert dat in de reglementen van de VvE geen eisen zijn opgenomen voor geluidisolatie. Partijen hebben het splitsingsreglement en het huishoudelijk reglement niet in de procedure overgelegd waardoor de wijkrechter niet anders kan dan voetstoots bij de stelling van STAB aan te sluiten. Verder is de wijkrechter het met STAB eens dat in het Bouwbesluit 2012 geen eisen voor contact- en luchtgeluid zijn opgenomen voor bestaande bouw. De wijkrechter komt daarom tot het oordeel dat er voor de woning van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] geen wettelijke norm geldt voor geluid- en contactisolatie. 4.8. Om toch uitspraak te kunnen doen over de kwaliteit van de isolatie van de vloeren van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] en de mate van hinderlijkheid heeft STAB de meetresultaten vergeleken met de + 10 dB-norm. Deze norm is bijvoorbeeld opgenomen in het “Modelreglement bij splitsing in appartementsrechten 2017”. Verder heeft STAB onderzocht hoe het gemeten geluid kan worden gekwalificeerd in het kader van de NEN 1070-klassen. Deze norm geeft een methode om de geluidswering in gebouwen te beoordelen en te kwalificeren in vijf klassen. Daarbij geldt klasse I als de beste geluidwering geldt en klasse V als de slechtste. Mate van contact- en luchtgeluid 4.9. Uit de bevindingen onder 4.5.5 blijkt dat de isolatie voor contactgeluid varieert van + 8 dB (gang) tot + 22 dB (woonkamer). De gang haalt de + 10 dB “VvE-norm” dus niet. STAB merkt daarbij overigens terecht op dat de gang geen verblijfsruimte i De wijkrechter is van oordeel dat voor de contactgeluidisolatie voor de vloer van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] geen wettelijke norm geldt. Wel is het zo dat het in een burenrelatie passend is dat relatief eenvoudige maatregelen worden genomen om storende contactgeluiden te vermijden of te beperken. Voorbeelden van die eenvoudige maatregelen zijn beschreven onder 4.13. 4.18. [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] kunnen niet tot een bouwkundige oplossing worden gedwongen omdat geen wettelijke norm wordt overschreden. Partijen kunnen uiteraard wel als goede buren in onderling overleg een oplossing bespreken zodat het contactgeluid wordt verminderd. STAB heeft daarvoor vier bouwkundige oplossingen beschreven. De voorgestelde oplossingen om de vloer te verzwaren of een nieuwe droge zwevende (dek)vloer aan te brengen zijn kostbaar en bouwkundig zeer ingrijpend. Bij de eerste oplossing moeten de balken worden vervangen. Bij de tweede oplossing komt de nieuwe dekvloer 70 mm hoger te liggen in de woning. Hierdoor moeten allerlei aanvullende aanpassingen in de woning van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] worden gedaan. Deze twee oplossingen zijn weliswaar in akoestisch opzicht het meest effectief maar de wijkrechter kan zich goed voorstellen dat deze oplossingen onbesproken blijven in het mogelijke overleg tussen partijen. Deze oplossingen zijn immers té kostbaar en té ingrijpend. 4.19. Het bestaande verlaagde plafond van [verzoekster] is niet op deskundige wijze aangebracht. Het plafond is namelijk niet los gehouden van de constructie en in plaats van veerregels zijn houten regels gebruikt. Als in de slaapkamer een verlaagd plafond op de door STAB geadviseerde wijze wordt aangebracht dan verwacht STAB een verbetering van 8 tot 10 dB. Verder volgt uit 4.5.7. dat de parketvloer en OSB-beplating van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] niet volgens de regelen der kunst zijn gelegd. Op een aantal plekken ligt het parket en de OSBbeplating namelijk strak tegen constructieve wanden aan. Hierdoor heeft de isolerende ondervloer geen effect. De huidige vloer is dus niet goed gelegd maar daarmee wordt nog geen wettelijke norm overschreden waardoor sprake is van onrechtmatige hinder en een verplichting voor [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] om dat te verhelpen. 4.20. De wijkrechter kan zich goed voorstellen dat partijen in gezamenlijk overleg tot de oplossing komen dat [verzoekster] het geadviseerde loshangende plafond laat aanbrengen en [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] zich verbinden de vloer en OSB-beplating vrij van de wanden te maken. De wijkrechter realiseert zich daarbij dat de slaapkamer van [verzoekster] al lager is dan de rest van haar woning en nog lager wordt door het verlaagde plafond. Het vrij maken van het parket en OSBbeplating komt de wijkrechter als een niet al te kostbare maatregel voor maar zal desalniettemin tot kosten leiden voor [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] . Deze oplossingsrichting vraagt dus offers van beide partijen. Het is aan partijen om te beoordelen of zij deze offers willen maken omwille van een goede burenrelatie. 4.21. De wijkrechter merkt tot slot nog op dat het wonen in een oudere woning, zeker in een stedelijke omgeving waar men dicht op elkaar woont, altijd een zekere mate van hinder zal geven. Zoals STAB in haar onderzoeksverslag aangeeft kan die hinder - ook met zeer ingrijpende verbouwingswerkzaamheden - echter nooit helemaal weg worden genomen. [verzoekster] moet daarom een zekere mate van geluidshinder tolereren en zich onthouden van het slaan met een stok en het gooien met deuren als zij geluidshinder ondervindt. 4.22. Nu beide partijen de zaak samen aan de wijkrechter hebben voorgelegd zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt. 5 Beslissing De wijkrechter, rechtsprekend ex artikel 96 Rv: 5.1. wijst de vorderingen, gebaseerd op de onder 3.1 geformuleerde onderzoeksvragen, af, 5.2. compenseert de kosten van de procedure i