Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-11-16
ECLI:NL:RBDHA:2023:22351
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
1,724 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/4232
uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 november 2023 in de zaak tussen
Holland Casino N.V., statutair gevestigd in Den Haag, Holland Casino
(gemachtigde: mr. G.P. Roth),
en
de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit, Ksa
(gemachtigde: M. van Dalen en R.G.J. Wildemors).
Inleiding
1. Bij besluit van 13 juni 2023 heeft de Ksa aan Holland Casino een bindende aanwijzing opgelegd. Bij afzonderlijk besluit van dezelfde datum heeft de Ksa besloten het aanwijzingsbesluit openbaar te maken (het openbaarmakingsbesluit). In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen het openbaarmakingsbesluit.
1.1.
Holland Casino heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
1.2.
De Ksa heeft bij e-mail van 21 juni 2023 de voorzieningenrechter laten weten dat de gevolgen van het openbaarmakingsbesluit op te schorten tot de dag na de dag waarop de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 26 oktober 2023 op zitting behandeld samen met het verzoek met zaaknummer SGR 23/4230, inzake het aanwijzingsbesluit. In beide zaken wordt afzonderlijk uitspraak gedaan. Namens Holland Casino zijn verschenen [naam 1] en [naam 2] , bijgestaan door haar gemachtigde. De Ksa heeft zich laten door zijn gemachtigden en [naam 3] .
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. De Ksa heeft aan Holland Casino een bindende aanwijzing opgelegd omdat hij – kort gezegd – vindt dat Holland Casino haar controledatabank (CDB) niet onderhoudt op de daarvoor voorgeschreven wijze. De Ksa wil het aanwijzingsbesluit openbaar maken. Holland Casino is het daar niet mee eens. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om het openbaarmakingsbesluit te schorsen tot twee weken nadat de Ksa heeft beslist op het bezwaar.
Is er sprake van een spoedeisend belang?
8. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Deze procedure kan alleen worden gevoerd als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter moet dus eerst kijken of er sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden behandeld. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er in dit geval sprake van een spoedeisend belang, omdat de openbaarmaking van het aanwijzingsbesluit onomkeerbaar is.
Belangenafweging
9. De vraag of het aanwijzingsbesluit openbaar mag worden gemaakt hangt samen met de beoordeling, of verweerder terecht een bindende aanwijzing aan Holland Casino heeft opgelegd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter leent de voorlopige voorzieningenprocedure zich in dit geval niet voor die beoordeling. De voorzieningenrechter zal dan ook alleen beoordelen, of het belang van Holland Casino bij toewijzing van de gevraagde voorziening, opweegt tegen het algemeen belang van de Ksa bij afwijzing daarvan. Daarbij komt aan het algemeen belang een groot gewicht toe.
10. Holland Casino stelt dat publicatie van het aanwijzingsbesluit een diffamerend karakter heeft en tot reputatieschade leidt. Dit geldt volgens haar eens te meer omdat Holland Casino een staatsdeelneming is. Dit gegeven zal leiden tot extra aandacht van de media voor het aanwijzingsbesluit. Ook stelt Holland Casino dat niet valt in te zien welk rechtens te respecteren belang de Ksa heeft bij publicatie van het aanwijzingsbesluit.
11. De voorzieningenrechter stelt vast dat het aanwijzingsbesluit is genomen in het kader van een aan de Ksa door de wetgever toegekende taak om toezicht te houden op de naleving van regelgeving en de daarmee samenhangende bevoegdheid om handhavend op te treden tegen overtreding van die regelgeving. Het past in het kader van deze toezichthoudende taak dat aanwijzingsbesluiten worden gepubliceerd, zodat bekendheid wordt gegeven aan de wijze van uitvoering van deze taak en de consument wordt gewaarschuwd. De Ksa heeft er terecht op gewezen dat er een preventieve werking uitgaat van openbaarmaking van zulke besluiten. De Ksa heeft er ook in redelijkheid op kunnen wijzen dat de omstandigheid dat Holland Casino een staatsdeelneming is, openbaarmaking van het aanwijzingsbesluit juist relevanter maakt. Het is daardoor controleerbaar dat in de handhaving geen onderscheid wordt gemaakt tussen staatsdeelnemingen en private ondernemingen. Daarbij komt dat Holland Casino als staatsdeelneming een voorbeeldfunctie heeft. Zoals de Ksa ook in het verweerschrift heeft gesteld, is het voorstelbaar dat openbaarmaking van de aanwijzing tot aandacht van de media kan leiden juist omdat Holland Casino een staatsdeelneming is, maar dat maakt nog niet dat er sprake zou zijn van onevenredige benadeling. Ook heeft de Ksa kenbaar gemaakt dat bij de publicatie van besluiten altijd wordt vermeld of er rechtsmiddelen tegen de besluiten zijn of nog kunnen worden ingesteld. Daardoor is het voor derden duidelijk in hoeverre de besluiten door de bestuursrechter zijn beoordeeld en onherroepelijk zijn.
De Ksa heeft er verder terecht op gewezen dat Holland Casino niet concreet heeft gemaakt in welke mate zij daadwerkelijk wordt benadeeld door openbaarmaking van het aanwijzingsbesluit. Gelet hierop heeft de Ksa in dit geval de door hem gestelde belangen bij openbaarmaking van het aanwijzingsbesluit zwaarder mogen laten wegen dan het belang van Holland Casino om geen nadeel te ondervinden als gevolg van openbaarmaking van het besluit.
Conclusie
12. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat het openbaarmakingsbesluit niet wordt geschorst. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van Y.E. de Loos, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 november 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Vergelijk bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:484 (rechtsoverweging 10).