Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2023-07-10
ECLI:NL:RBDHA:2023:22333
Strafrecht
Beslissing RC
2,338 tokens
Dictum
De rechter-commissaris heeft op 18 april 2023 een verzoek ontvangen van de raadsvrouwe van:
[naam 1]
geboren te [geboorteplaats] , Syrië op [geboortedatum] 1977,
wonende te [adres] , [postcode] , [woonplaats] .
Het verzoek van de raadsvrouwe strekt tot heroverweging van de statusverlening aan de in deze strafzaak anonieme getuige GT068532 en heroverweging van de beslissing inzake het (niet) horen van de melders in Ter Apel.
De rechter-commissaris gaat er van uit dat er sprake is van een schrijffout in het verzoek van de raadsvrouwe, nu daarin is opgenomen dat het gaat om GT068832 en in deze zaak het GT068532 betreft.
Aan de officieren van justitie is een kopie van het verzoek verzonden. Op 28 april 2023 hebben de officieren van justitie schriftelijk gereageerd.
Het verzoek van de raadsvrouwe en de reactie van de officieren justitie worden als bijlagen aan deze beslissing gehecht.
Beoordeling
1. Bij beslissing van 30 augustus 2021 heeft de rechter-commissaris de vordering van de officier van justitie bijzondere getuigen inzake GT068532 toegewezen en aan deze getuige de status ex artikel 226a Wetboek van Strafvordering (Sv) verleend. De verdediging heeft hiertegen beroep ingesteld, welk beroep is behandeld in de raadkamer van de rechtbank. Bij beslissing van 12 november 2021 heeft de raadkamer overwogen dat er geen gebreken kleven aan de bestreden beschikking die moeten leiden tot vernietiging van de beschikking (van de rechter-commissaris) of tot toewijzing van de subsidiaire verzoeken. Het beroep is daarom afgewezen.
2. Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad: Hoge Raad 24 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:666, Hoge Raad 16 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1664, Hoge Raad 06 november 2001, NJ 2002/186 en Hoge Raad 30 juni 1998, NJ 1999/87 en NJ 1999/88 volgt het adagium “eenmaal status, altijd status” in het licht van een statusverlening ex artikel 226a Sv door de rechter-commissaris. De zittingsrechter mag niet beoordelen of aan de voorwaarden voor statustoekenning is voldaan, uit het wettelijk systeem volgt dat dit is voorbehouden aan de rechter-commissaris. Alleen als aan de wijze van totstandkoming of de inhoud van de statusverlening door de rechter-commissaris fundamentele gebreken kleven, kan het gebruik van het resultaat van het verhoor indruisen tegen het recht op een eerlijk proces in het licht van artikel 6 EVRM. Het verhoor kan dan door de zittingsrechter die de zaak inhoudelijk behandelt, eventueel worden uitgesloten van het bewijs.
3. Zoals hiervoor overwogen, heeft de raadkamer reeds overwogen dat er aan de beslissing van de rechter-commissaris geen gebreken kleven die zouden moeten leiden tot vernietiging van de beschikking. De beslissing tot statusverlening is in die zin onherroepelijk, nu cassatie niet mogelijk is. Daarmee is ook het hiervoor genoemde adagium van toepassing: “eenmaal status, altijd status”.
4. Er is op dit moment in het wettelijk systeem geen mogelijkheid opgenomen voor de verdediging dan wel de zaaksofficieren van justitie om de statusverlening – behoudens de hiervoor vermelde beroepsmogelijkheid bij de raadkamer – ter discussie te stellen. Wel kan de verdediging haar bezwaren tegen het gebruik van de verklaring van de anonieme getuige naar voren brengen bij de inhoudelijke behandeling van deze zaak door de Meervoudige Kamer, net zoals de zaaksofficieren van justitie. Het is ook aan de Meervoudige Kamer om te beslissen of de verklaring wordt gebruikt voor het bewijs. Dit betekent niet dat daarmee getornd wordt aan de statusverlening. Uit het wettelijk systeem volgt immers dat de getuige ten aanzien van wie de status is verleend, in het gehele vervolg van de strafrechtelijke procedure als anoniem bedreigde getuige wordt aangemerkt ex artikel 226a Sv.
5. Gelet op het hiervoor uiteengezette systeem is de rechter-commissaris van oordeel dat het verzoek van de raadsvrouwe tot heroverweging van de statusverlening in beginsel niet past binnen het wettelijk systeem. Daartoe is immers geen mogelijkheid gecreëerd. Er zijn ook geen wettelijke criteria waaraan getoetst wordt met betrekking tot heroverweging. Desalniettemin is de rechter-commissaris van oordeel dat bijzonder zwaarwegende omstandigheden zouden kunnen leiden tot het oordeel dat de statusverlening wordt heroverwogen. Wat die bijzonder zwaarwegende omstandigheden zijn, is niet op voorhand aan te geven. De wetgeving noch de jurisprudentie biedt hiervoor eenduidige handvaten. Naar het oordeel van de rechter-commissaris is het dan ook, gelet op het wettelijk systeem, aan de rechter-commissaris zelf om hier invulling aan te geven, waarbij de casuïstiek en de specifieke omstandigheden van een zaak doorslaggevend zijn.
6. Eén van de omstandigheden die wellicht tot heroverweging van de statusverlening zou kunnen leiden, is dat de anonieme getuige niet langer anoniem, maar op naam wil verklaren. Dit is eerder voorgekomen, zoals naar voren gebracht door de officieren van justitie in onderzoek [naam 2] met betrekking tot de weduwe [naam 3] . In deze zaak is daar echter geen sprake van. De rechter-commissaris heeft contact gehad met de officier van justitie bijzondere getuigen. Daaruit volgt dat er geen nieuwe omstandigheden zijn gebleken waardoor niet langer aan de wens en/of voorwaarde(n) van anonimiteit wordt vastgehouden door GT068532. Dit kan dus niet leiden tot heroverweging van de statusverlening.
7. De overige door de raadsvrouwe naar voren gebrachte omstandigheden zijn naar het oordeel van de rechter-commissaris onvoldoende om aan het hiervoor bedoelde criterium te voldoen van “nee, tenzij”. De argumenten van de raadsvrouwe houden samengevat het volgende in:
- Er zou sprake zijn van een familieconflict tussen verdachte en zijn ex-schoonzoon [naam 4] , wat een reden zou zijn voor [naam 4] en zijn broer [naam 5] om belastende verklaringen af te leggen.
- [naam 4] en [naam 5] hebben naar alle waarschijnlijkheid anonieme meldingen gedaan, bedreigingen naar zichzelf hebben gestuurd en in een vroegtijdig stadium contact gehad met de Nederlandse politie. Dit zijn indicaties dat [naam 4] één van de melders in Ter Apel was, dan wel dat hij in nauw contact met die melders stond.
- De ontwikkelingen ten aanzien van de belastende getuigen [naam 4] en [naam 4] en de ondersteunende bevindingen van de politie, onderstrepen de grote gevaren onderstrepen van een dossier dat in zo’n grote mate uit anonieme verklaringen bestaat. De indruk ontstaat dan immers dat informatie uit meerdere bronnen afkomstig is (de rechter-commissaris gaat er van uit: lijkt te zijn), terwijl dit in wezen een enkele bron is. De rechter-commissaris begrijpt dat dit argument ziet op het risico van dubbeltelling.
- De omstandigheden van de strafzaak zijn gewijzigd, nu verdachte niet langer verdacht wordt van de oorspronkelijke feiten, en enkel voor plundering zal worden vervolgd (wijziging tenlastelegging). Voor die laatste verdenking is van belang om na te kunnen gaan wie de anonieme melders waren in Ter Apel, ter nadere onderbouwing van de betrouwbaarheid van de getuigen en wie de anonieme getuige is.
- De wijziging van de tenlastelegging heeft tevens tot gevolg dat het vanuit verdachte vermeende afkomstige gevaar minder groot blijkt te zijn dan gedacht, nu de verdenking beperkt is, er sinds de vrijlating van verdachte niks is gebeurd en de onderzoeksresultaten nadere onderbouwing bieden van de noodzaak de verklaringen van de melders en de anonieme getuige te wantrouwen en nader onderzoek te doen naar hun relatie met [naam 4] en [naam 4] .
8. Naar het oordeel van de rechter-commissaris zijn de door de raadsvrouwe naar voren gebrachte argumenten, óf argumenten waar reeds rekening mee is gehouden bij het verlenen van de status aan GT068532 óf argumenten die de raadsvrouwe bij de inhoudelijke behandeling van de strafzaak naar voren kan brengen bij het bespreken van de verklaring van de anonieme getuige en het pleidooi van de raadsvrouwe dat er op zal zien de verklaring van het bewijs uit te sluiten. De argumenten passen naar het oordeel van de rechter-commissaris niet in de hiervoor bedoelde sleutel. Dit geldt ook voor wat betreft de wijziging van de tenlastelegging. Het belang van de anonieme getuige is niet gewijzigd naar aanleiding van de wijziging tenlastelegging en door de wijziging prevaleert niet het belang van de verdachte.
9. Met betrekking tot het verzoek tot heroverweging van de beslissing tot het niet horen van de drie melders in Ter Apel, overweegt de rechter-commissaris dat bij deze beslissing geen sprake was van een statusverlening. Integendeel, zoals overwogen in de beslissing op onderzoekswensen van de raadsman d.d. 03 november 2021, op pagina’s 2 en 3, kan er geen status worden verleend waardoor het niet mogelijk was de melders te doen horen. De omstandigheden op basis waarvan de rechter-commissaris tot die beslissing is gekomen, gelden op dit moment echter nog steeds.
Dictum
De rechter-commissaris wijst de verzoeken tot heroverweging af.
Deze beslissing is gegeven te Den Haag op 10 juli 2023 door mr. M.E.L. Hendriks,
rechter-commissaris in WIM-zaken.